Wat zijn 'Biofuels' en kunnen ze direct in een scheepsdiesel?
Stel je voor: je staat op het dek van een zware offshore-kraan, de wind waait over het water en je kijkt naar de motorruimte. Je vraagt je af of die dikke dieselmotor straks gewoon op biofuel kan draaien, zonder gedoe. Goede vraag.
In de scheepvaart, heavy-lift en offshore is brandstof net zo belangrijk als de kabels en hijsmomenten. Biofuels beloven een groenere toekomst, maar werken ze echt direct in je scheepsdiesel? Hier is een helder antwoord, zonder poespas.
Wat zijn biofuels eigenlijk?
Biofuels zijn brandstoffen die gemaakt zijn uit organisch materiaal. Denk aan plantaardige oliën, afvalvetten of suikerriet. In de maritieme wereld gaat het vaak om biodiesel, ook wel FAME (fatty acid methyl ester), of hydrotreated vegetable oil (HVO).
Beide zijn vloeibaar en lijken op gewone diesel, maar ze komen uit een andere bron.
Je tankt ze dus op een vergelijkbare manier, maar de chemie is anders. In de praktijk zie je biofuels als blend: een mix van fossiele diesel en bio-component.
Voor heavy-lift schepen en offshore-support vaartuigen zie je steeds vaker blends van B10 (10% bio) tot B30. Er zijn ook proeven met B100, maar dat is minder gangbaar. Waarom? Omdat de motor en brandstofsystemen er soms aan moeten wennen.
Biofuels zijn hernieuwbaar en verminderen de CO₂-uitstoot. Dat helpt bij IMO 2030/2050 doelen en lokale regels in havens zoals Rotterdam of Amsterdam.
Waarom is dit relevant voor heavy-lift en offshore?
Heavy-lift schepen en offshore-platforms draaien langdurig op vol vermogen. Je hebt betrouwbare voortstuwing en stroomvoorziening nodig.
Brandstofkeuze beïnvleeft niet alleen emissies, maar ook onderhoud, leveringszekerheid en kosten. Biofuels passen in de transitie zonder direct nieuwe motoren aan te schaffen. Je kunt bestaande dieselmotoren vaak gedeeltelijk aanpassen of laten keuren voor blends.
Denk aan een DP-aangedreven offshore-support vessel (OSV) of een zware kraan op een jack-up. Je wilt geen motorstilstand tijdens een lift of positionering.
Biofuels kunnen helpen de CO₂-voetafdruk te verlagen zonder de operationele betrouwbaarheid op te geven.
Bovendien tellen havens en klanten steeds vaker emissie-eisen mee in aanbestedingen. Dat maakt biofuels strategisch interessant.
Biofuels zijn geen magische oplossing, maar een praktische stap vooruit zonder je hele machinekamer te verbouwen.
Kun je biofuels direct in een scheepsdiesel tanken?
Het korte antwoord: meestal wel, maar niet altijd zonder aanpassingen. Veel moderne maritieme dieselmotoren kunnen blends aan, tot ongeveer B30.
Dat betekent 30% bio en 70% fossiele diesel. Voor B100 (puur bio) moet je vaak de motor en brandstofsysteem controleren en soms aanpassen, net zoals je bij onderhoud tegen bio-fouling moet doen.
Check altijd de motorhandleiding en de classificatie-keur (bv. Lloyd’s, DNV, ABS). Die keur geeft aan welke blends zijn toegestaan. Biofuels zijn wat anders dan fossiele diesel. FAME kan water aantrekken en soms het rubber van afdichtingen aantasten.
HVO is chemisch stabieler en vaak beter geschikt voor langdurig gebruik. In de praktijk zie je blends tot B30 zonder grote problemen.
Bij B100 is extra filtratie en monitoring nodig, en soms een andere injector-afstelling. Ook de brandstofkwaliteit moet consistent zijn; ISO 8217 voor marine diesel blijft belangrijk. Een concrete tip: zorg voor goed onderhoud van moderne common-rail dieselmotoren en begin met een blend die past bij je motor en operatie.
Bij een MAN of Wärtsilä dieselmotor kun je vaak B20-B30 proberen. Test eerst op een binnenvaart- of standby-schip voordat je het inzet op een heavy-lift of DP-operatie.
Houd rekening met een licht hoger brandstofverbruik (1-3%) bij bepaalde blends. Dat compenseer je deels met emissiereductie en eventuele subsidies.
Varianten en prijzen: wat zie je in de praktijk?
Er zijn verschillende biofuel-varianten voor maritiem gebruik. FAME-biodiesel is geschikt voor blends tot B30 in veel motoren.
HVO is duurder, maar stabieler en vaak geschikter voor B100 of hoge blends. Er zijn ook “drop-in” biofuels die chemisch bijna identiek zijn aan fossiele diesel.
- B10 (10% bio, 90% fossiel): €0,05–0,10 per liter extra bovenop mariene diesel.
- B30 (30% bio): €0,10–0,25 per liter extra.
- HVO (hydrotreated vegetable oil): €1,20–1,60 per liter, afhankelijk van leverancier en volume.
- FAME-biodiesel: €1,00–1,30 per liter.
Die kun je zonder motorwijziging gebruiken, mits goedgekeurd. Prijzen fluctueren, maar een indicatie voor 2024/2025 (exclusief btw en levering) is: Levering aan boord of via bunker in Rotterdam/Amsterdam kan €0,02–0,05 per liter extra kosten. Bij grote volumes (bijvoorbeeld 500.000 liter voor een heavy-lift project) kun je kortingen bedingen. Let op: premies of belastingvoordeel verschillen per land en zijn afhankelijk van duurzaamheidscertificaten (bv. ISCC, RSB).
Vraag je leverancier naar gecertificeerde batches en CO₂-voetafdrukrapporten. Merken en producten die je in de praktijk tegenkomt: GoodFuels Marine (HVO), Neste MY Renewable Diesel, en diverse blends van regionale leveranciers.
Voor offshore-projecten zie je ook “maritieme HVO” die specifiek is getest op DP-motoren. Kies een leverancier met ervaring in heavy-lift en offshore, zodat de kwaliteit en levering betrouwbaar zijn en je weet hoe overstappen op LSFO zonder motorschade verloopt.
Praktische tips voor je operatie
Begin met een duidelijke keur en motorkeur. Vraag je classificatie-bureau om een keur voor de beoogde blend.
Zorg dat je motorfabrikant (MAN, Wärtsilä, Caterpillar) aangeeft welke blends zijn toegestaan. Documenteer alles; havens en klanten vragen steeds vaker naar emissiebewijzen. Als je aan de slag gaat, begin dan met B20 of B30.
- Test eerst op een kleiner vaartuig of standby-schip voor je het inzet op een heavy-lift of DP-operatie.
- Controleer filters en afdichtingen; vervang indien nodig naar bio-resistente materialen.
- Monitor het brandstofverbruik en emissies; verwacht 1–3% hoger verbruik bij bepaalde blends.
- Plan je bunkers vooruit; zorg voor voldoende buffer bij leveringsonzekerheid.
- Vraag naar certificaten (ISCC, RSB) en CO₂-reductiecijfers voor je klant rapportage.
Dat is een veilige stap voor de meeste scheepsdiesels. Zorg voor een brandstofmonitoringssysteem en een onderhoudsplan dat past bij biofuels.
En onthoud: de beste keuze is diegene die je operatie betrouwbaar houdt, emissies verlaagt en kosten beheersbaar maakt.
Met biofuels kun je die balans vaak vinden, zonder je heavy-lift capaciteit op te geven.