Wat kost de logistiek van een offshore windpark per megawatt?

R
Redactie Jumboship
Redactie
Offshore Windpark Installatie & Logistiek · 2026-02-15 · 7 min leestijd
Transparantie: Dit artikel bevat affiliate links. Als je via onze link een product koopt, ontvangen wij een kleine commissie. Dit kost jou niets extra en helpt ons om deze site te onderhouden.

Je betaalt vandaag ongeveer €172.500 per megawatt voor de volledige ontmanteling van een modern offshore windpark. Dat is een stuk meer dan de €120.000 per MW die nu als bankgarantie geldt.

Wil je liever alleen de fundering tot 6 meter onder de zeebodem verwijderen?

Reken dan op zo’n €110.600 per MW. In dit overzicht zie je wat je echt kwijt bent, hoe de kosten zijn opgebouwd en hoe je kunt besparen zonder risico’s te nemen.

TNO: ontmanteling offshore windparken fors duurder dan huidige bankgarantie

De bankgarantie die nu geldt, komt uit 2016 en bedraagt €120.000 per MW. Dat bedrag wordt jaarlijks met 2% geïndexeerd sinds de eerste stroomproductie.

TNO liet in 2026 zien dat dit bedrag onvoldoende is voor volledige verwijdering.

De reële kosten liggen dus hoger. Wie vandaag plant, moet rekening houden met €172.500 per MW voor volledige ontmanteling. Dat is inclusief fundaties, scour protection en exportkabels.

Erosiebescherming grootste kostenpost

Gedeeltelijke ontmanteling (monopiles tot 6 meter onder zeebodem) komt uit op €110.600 per MW. Het verschil zit vooral in wat je boven en onder de zeebodem laat zitten.

Deze cijfers zijn gebaseerd op het UWiSE-model van TNO, gevalideerd met Rijkswaterstaat, RVO en de sector. Er zijn 480 varianten doorgerekend op basis van 40 historische weerjaren en 12 startmaanden. Zo weet je dat de ramingen scherp en realistisch zijn. Scour protection – de steenlaag rond de monopile – is de grootste kostenpost.

Verwijdering ervan goed voor 40% van de totale ontmantelingskosten. Die laag zorgt dat de zeebodem niet wegspoelt, maar het weghalen is specialistisch werk.

Uitgebreide simulaties met sectorvalidatie

Je hebt zwaar materieel nodig: een DP-schip met kabelwerper, een rotsenwerper of een graafmachine op een jack-up. Het materiaal is schaars en duur. Daarom is de planning cruciaal: combineer scour protection-removal met fundatiewerk om schepen efficiënter in te zetten.

De diepte, stroming en golfbelasting bepalen hoeveel steen je moet verplaatsen. In ondiep water ben je sneller klaar, maar de logistiek naar de haven kan complexer zijn.

In dieper water gaat het trager, maar liggen de havens dichterbij. Het UWiSE-model van TNO rekent kosten op basis van reële operationele windows. Per startmaand en per weertype wordt bekeken hoeveel dagen er gewerkt kan worden.

Flexibel beleid en maatwerk nodig

Zo ontstaat een kostenrange die rekening houdt met weersrisico’s. De 480 varianten dekken turbinegrootte, afstand tot haven, diepte en bodemtype.

Dat geeft een robuust beeld. De validatie met Rijkswaterstaat, RVO en sectorpartijen zorgt voor breed gedragen cijfers.

Voor jou betekent dit: je kunt je eigen project plotten en direct zien welke variabelen de grootste impact hebben. Zo voorkom je verrassingen tijdens de uitvoering. Een vaste bankgarantie van €120.000 per MW werkt niet voor elk project.

Innovatiekansen richting wereldmarkt

De kosten hangen sterk af van de afstand tot de haven, de turbinegrootte en het type fundatie. Een flexibel garantiesysteem dat bijgesteld kan worden, past beter bij de praktijk.

Plan ontmanteling rekening houdend met weersafhankelijkheid en gespecialiseerd materieel voor scour protection. Zorg dat je tijdens de projectloopbaan kunt bijsturen op basis van gedemonstreerde lagere risico’s. Zo houd je dekking en budget in balans. Maatwerk betekent ook dat je per kavel kijkt wat nodig is.

Niet elk park heeft dezelfde erosiebescherming nodig, en niet elke fundatie vraagt om dezelfde aanpak.

Dat scheelt in de portemonnee. Vanaf circa 2040 ontstaat een wereldwijde markt voor ontmanteling. Nederland heeft een voorsprong door haveninfrastructuur, gespecialiseerde schepen en kennis.

Dat biedt kansen voor Nederlandse partijen in heavy-lift en maritiem transport. Denk aan schepen als de Sleipnir of de Bokalift, die zware fundaties kunnen tillen en verplaatsen.

Ook kabelleggers en rotsenwerpers zijn hier in huis. Die kennis kun je exporteren. De innovatie zit in efficiëntere methoden voor scour protection-removal en hergebruik van materialen. Zo verlaag je kosten en verklein je de ecologische voetafdruk.

TNO maakt nieuwe kostenraming ontmanteling offshore windparken

De nieuwe raming van TNO is gebaseerd op reële data en gevalideerd met de sector. Het model kijkt naar operationele windows, schepen en logistieke ketens. Dat geeft een betrouwbaar beeld van wat je echt betaalt.

De bankgarantie van €120.000 per MW volstaat niet voor volledige ontmanteling. De reële kosten liggen 44% hoger.

Dat is een forse overschrijding die je vooraf moet inplannen. Wil je alleen de monopile tot 6 meter onder zeebodem verwijderen?

Dan kom je uit op €110.600 per MW. Dat is een stuk goedkoper, maar je laat wel structuren achter. Dat kan later alsnog impact hebben.

Werkelijke kosten in kaart gebracht

Voor een park van 700 MW betekent volledige ontmanteling ongeveer €120,75 miljoen (700 × €172.500).

Gedeeltelijke ontmanteling komt uit op €77,42 miljoen (700 × €110.600). Het verschil is fors en bepaalt je budget. De afstand tot de haven telt zwaar. Bij een verdubbeling van 105 km naar 210 km stijgen de kosten met 12%.

Dat komt door extra vaartijd, brandstof en bemanning. Kies havenlocaties slim, zeker om logistieke bottlenecks bij de opslag te voorkomen. De turbinegrootte bepaalt het benodigde materieel.

Grotere turbines vragen zwaardere schepen en meer capaciteit. Dat verhoogt de kosten, maar de opkomst van 20MW turbines levert ook efficiëntie op per megawatt.

Bescherming tegen bodemerosie is grootste kostenpost

Scour protection is 40% van je ontmantelingsbudget. Het verwijderen van stenen en betonblokken rond de monopile is arbeidsintensief en risicovol.

Je hebt speciale schepen nodig die de stenen netjes kunnen oppakken en afvoeren. De stenen gaan naar een haven of een stortlocatie. Je moet ze wegen, meten en verwerken volgens milieu-eisen.

Dat kost tijd en geld. Goede logistiek is essentieel.

Een DP-schip met kabelwerper of rotsenwerper is vaak de beste keuze. Die schepen kunnen onder slechte weersomstandigheden werken en verminderen de downtime.

Dat betaalt zich terug.

Simulatiestudie met 480 varianten

De simulatiestudie van TNO kijkt naar 40 historische weerjaren en 12 startmaanden.

Dat geeft een betrouwbaar beeld van operationele windows. Zo weet je hoeveel dagen je per jaar kunt werken.

Per variant zijn de kosten doorgerekend voor verschillende turbinegrootten, afstanden tot haven en dieptes. Dat maakt de raming scherp en toepasbaar op jouw project. Je kunt de resultaten gebruiken om je planning te optimaliseren. Kies de juiste startmaand, combineer activiteiten en beperk downtime. Zo houd je de kosten laag.

Aanbevelingen: flexibiliteit en maatwerk noodzakelijk

Stel een flexibel garantiesysteem in dat tijdens de projectloopbaan kan worden bijgesteld. Op basis van gedemonstreerde lagere risico’s kun je de dekking verlagen en kosten besparen.

Plan ontmanteling rekening houdend met weersafhankelijkheid en gespecialiseerd materieel. Zorg dat je schepen en materieel ruim op tijd reserveert. Dat voorkomt vertraging en hogere kosten.

Maak per kavel een maatwerkplan. Kijk naar fundatietype, diepte, stroming en afstand tot haven.

Zo voorkom je dat je betaalt voor maatregelen die niet nodig zijn.

Grote innovatiekansen voor Nederland

Nederland heeft een sterke positie in heavy-lift en maritiem transport. Schepen als de Sleipnir en de Bokalift bieden capaciteit voor zware fundaties.

Kabelleggers en rotsenwerpers zijn lokaal beschikbaar. De wereldwijde markt voor ontmanteling groeit vanaf 2040. Nederlandse partijen kunnen die markt bedienen met kennis en materieel, waarbij nieuwe logistieke uitdagingen bij drijvende windparken kansen bieden voor export.

Innovatie in efficiëntere scour protection-removal en hergebruik van materialen verlaagt kosten en ecologische impact. Zo blijft Nederland een voorsprong houden.

Concrete bespaartips voor je logistiek

  • Kies havenlocaties dichtbij je park. Elke extra 100 km kost ongeveer 6% meer.
  • Combineer scour protection-removal met fundatiewerk. Zo deel je schepen en personeel.
  • Reserveer zwaar materieel ruim van tevoren. Schaarste drijft de prijs op.
  • Plan werkzaamheden in de meest stabiele maanden. Dat beperkt downtime.
  • Gebruik data uit het UWiSE-model om je planning te optimaliseren.

Prijsrange per megawatt

Volledige ontmanteling: €172.500 per MW
Gedeeltelijke ontmanteling: €110.600 per MW
Bankgarantie (2016): €120.000 per MW (jaarlijks 2% geïndexeerd)

Total cost of ownership over 1-3 jaar

Als je ontmanteling plant binnen 1-3 jaar na exploitatie, houd dan rekening met een extra indexatie van 2% per jaar op de bankgarantie. Voor een park van 700 MW betekent dat ongeveer €8,4 miljoen extra per jaar op de garantie. De werkelijke kosten hangen af van je planning.

Kies je voor volledige ontmanteling in jaar 1, dan ben je circa €120,75 miljoen kwijt. Spreid je over 3 jaar, dan kun je profiteren van lagere tarieven in bepaalde maanden, maar tel je wel de indexatie op.

De totale cost of ownership over 1-3 jaar is dus €120,75 miljoen (volledig) of €77,42 miljoen (gedeeltelijk), plus indexatie en eventuele besparingen door slimme planning. Goedkoop: gedeeltelijke ontmanteling, dichtbij haven, kleine turbines, werk in stabiele maanden. Kosten: €110.600 per MW.

Vergelijk goedkope vs dure opties

Duur: volledige ontmanteling, ver van haven, grote turbines, werk in wisselende maanden.

Kosten: €172.500 per MW. De keuze hangt af van je doelen.

Wil je maximale recycling en geen structuren achterlaten? Kies dan voor volledige ontmanteling.

Wil je kosten minimaliseren en accepteer je beperkte verwijdering? Kies dan voor gedeeltelijke ontmanteling.