Wat kost de bouw van een nieuw Wind Turbine Installation Vessel?

R
Redactie Jumboship
Redactie
Offshore Windpark Installatie & Logistiek · 2026-02-15 · 8 min leestijd
Transparantie: Dit artikel bevat affiliate links. Als je via onze link een product koopt, ontvangen wij een kleine commissie. Dit kost jou niets extra en helpt ons om deze site te onderhouden.

Je staat op het punt om een van de meest complexe en dure stukjes techniek te kopen die op zee rondvaren.

Een nieuw Wind Turbine Installation Vessel (WTIV), oftewel een windturbine-installatieschip, kost al snel evenveel als een klein cruiseschip. Maar dan met een stalen klauw van 1.500 ton in plaats van een zwembad. De vraag is niet alleen ‘hoeveel’, maar ook ‘waarom’ en wat je kunt doen om de pijn te verzachten. Laten we de getallen op een rij zetten, zonder poespas.

Hoeveel kost een nieuw WTIV?

Er is geen standaardprijskaartje voor een WTIV. De bouw van een nieuw schip hangt af van je wensenlijstje.

Over het algemeen bewegen de kosten voor een modern, nieuw te bouwen schip tussen de € 150 miljoen en € 400 miljoen. Voor een budget-model dat vooral in ondiep water werkt of oudere turbines installeert, zit je aan de onderkant.

Voor een ultra-modern schip met een dek dat 20.000 ton kan dragen en dat 15 MW turbines kan installeren in diep water (tot 60 meter of meer), schiet de prijs makkelijk richting de bovengrens. Denk hierbij aan de basis: een stabiel ontwerp, sterk staal en voldoende vermogen om te varen en te werken. Maar het echte geld verdwijnt in de installaties op het dek en de precisie-systemen die het schip op de millimeter stil houden in wind en stroom.

De drie niveaus: budget, midden en premium

Om het helder te maken, splitsen we het op in drie niveaus. Dit zijn geen exacte offertes, maar reële inschattingen voor de markt van nu.

Budget: € 100 - 150 miljoen

Je betaalt voor capaciteit, precisie en comfort voor de crew. Een budget-schip is vaak een bestaand ontwerp of een minder complexe nieuwe bouw. Denk aan een schip dat geschikt is voor 3-6 MW turbines en niet de allerdiepste wateren aankan.

De hijskraan heeft een beperktere capaciteit (rond de 600-800 ton), en het positioneringssysteem (DP2) is basic.

  • Hijskraan: Capax 800 ton
  • Diepgang: Beperkt (bijv. 5-6 meter)
  • Turbine-grootte: Tot ca. 6-8 MW
  • Installatiekosten per turbine: lager, maar langzamer

Midden: € 150 - 250 miljoen

Hier zitten de meeste schepen die je nu in de Noordzee ziet. Dit is de workhorse. Een stabiele middenmoot die 8-10 MW turbines aankan.

De kraan is krachtiger (rond de 1.000-1.200 ton), en het schip heeft een groter dek om meer funderingen en bladen te transporteren. Dit zijn de huidige topmodellen.

  • Hijskraan: Capax 1.000+ ton
  • Diepgang: Normaal (6-7 meter)
  • Turbine-grootte: Tot ca. 10-12 MW
  • Installatiekosten per turbine: gemiddeld, efficiënt

Premium: € 250 - 400+ miljoen

Ze installeren de allergrootste turbines (12-15+ MW) en doen dit vaak in diep water en ruwe condities.

De kraan is een beest (1.500+ ton), en het schip heeft vaak een ‘jacking system’ (poten die de romp boven het wateroppervlak tillen) voor extreme stabiliteit.

  • Hijskraan: Capax 1.500 - 2.000+ ton
  • Diepgang: Diep (tot 8-10 meter)
  • Turbine-grootte: 12-15+ MW
  • Installatiekosten per turbine: hoog, maar onmisbaar voor nieuwe parken

Waarom zijn de kosten zo hoog? De grote hapvreters

Je geld gaat niet alleen naar staal. De techniek aan boord is duurder dan het schip zelf.

Laten we de grootste kostenposten pakken. De hijskraan: Dit is het hart van het schip.

Een kraan die 1.500 ton op 50 meter hoogte kan hijsen, kost al gauw € 40 tot € 60 miljoen. Dat is een derde van een budget-schip. Je betaalt voor materiaalsterkte, hydrauliek en precisie.

De kraan moet monopiles (zo’n 800 ton) en de bovenbouw (nog eens 500+ ton) kunnen tillen. Het positioneringssysteem (DP): Om boorplatforms en turbines te installeren, mag het schip niet bewegen.

Een Dynamic Positioning 2 (DP2) systeem met roeren en boegschroeven kost miljoenen. Zonder dit systeem kun je niet veilig werken in open zee. De fundering van het schip (Jacking System): De nieuwste generatie schepen heeft hydraulische poten van wel 80 tot 100 meter lang. Deze tillen het schip uit het water.

Dit zorgt voor een stabiel platform, ongeacht de golven. De engineering en bouw van zo’n systeem kost makkelijk € 30 tot € 50 miljoen extra.

Logistiek en materialen: Staal is duur, maar kabels, motoren en besturingssystemen zijn dat ook. Bovendien, zoals de gerechtelijke uitspraken in Nederland aantonen (bijvoorbeeld ECLI:NL:HR:2013:BZ2743), tellen we bij ‘bouwkosten’ ook de installatietechnische voorzieningen mee. Je koopt geen los schip; je koopt een complete, werkende fabriek.

Total Cost of Ownership: De kosten na de bouw

De bouwkosten zijn slechts het begin. Als het schip eenmaal vaart, beginnen de echte kosten pas.

Dit is de ‘Total Cost of Ownership’ (TCO). Reken voor de eerste 1 tot 3 jaar op extra kosten van 15% tot 25% van de aanschafwaarde per jaar. Brandstof (Fuel): Een gespecialiseerd schip voor offshore installaties verbruikt met gemak 30.000 tot 50.000 liter brandstof per dag tijdens installatiewerkzaamheden.

Tegen € 1,00 per liter (schommelend) zit je zo op € 30.000 - € 50.000 per dag alleen al voor het stilhouden van het schip.

Bemanning en operationele kosten: Je hebt een speciale crew nodig: kapiteins, technici, kraanmannen. De loonkosten voor zo’n 30-50 man lopen op tot € 3 - € 5 miljoen per jaar. Onderhoud en reparatie: Het zeewater vreet aan alles.

De DP-systemen, de kraan en de poten hebben jaarlijks groot onderhoud nodig. Reken op € 2 - € 4 miljoen per jaar om alles scherp te houden.

Verzekering: Een schip van € 200 miljoen verzekeren is duur. Zeker met de risico’s op zee.

De premie kan oplopen tot enkele miljoenen per jaar. Voorbeeldberekening TCO over 3 jaar (op basis van een middenklasse schip van € 200 miljoen):

  1. Aanschaf: € 200.000.000
  2. Brandstof (3 jaar, 100 werkdagen/jaar): € 15.000.000
  3. Bemanning & Onderhoud (3 jaar): € 20.000.000
  4. Totaal (excl. afschrijving): € 235.000.000

Waarom de ene turbine duurder is dan de andere

Je hebt vast gelezen dat een windturbine zelf € 3 tot € 5 miljoen per MW kost (Bron 3).

Waarom betaal je voor een 10 MW turbine dan € 30 tot € 50 miljoen? Omdat de installatie en logistiek enorme kostenposten zijn. Neem de GEEG generator (een speciale generator).

Die kost voor 1 MW al € 1.350.000 en past in een 20 ft container. Voor een 5 MW turbine heb je er vier nodig (4x 40 ft opstelling).

Dat is alleen al € 6,75 miljoen aan hardware, exclusief transport en installatie.

De kosten stijgen exponentieel met de grootte van de turbine. Een 10 MW turbine (€ 30-50 miljoen) is veel zwaarder en groter dan een 5 MW turbine (€ 6 miljoen plaatsing). De fundering (monopile) moet dieper en dikker, en de kraan moet harder werken. Dat vertaalt zich direct naar duurdere schepen en langere installatietijden.

De hamvraag: Waar let je op bij de aanschaf?

Als je een schip nodig hebt, zijn er een paar harde keuzes. Je kunt niet alles hebben.

Waterdiepte en locatie: Ga je werken in de ondiepe Noordzee of diep in de Atlantische Oceaan? Diep water vereist langere poten en sterkere materiaalkeuze. Dat drijft de prijs op.

Afstand tot kust: Ver van de kust betekent meer brandstof voor het schip om er te komen, en een grotere bemanning voor langere shifts.

Dit telt op in de operationele kosten. Vergunningen: Vergeet de bureaucratische kosten niet. Volgens Bron 2 zijn vergunningskosten ongeveer 5% van de totale ontwikkel- en bouwkosten. Bij een schip van € 200 miljoen is dat € 10 miljoen voor je überhaupt mag bouwen of werken.

Flexibiliteit: Is het schip geschikt voor toekomstige turbines? De markt beweegt snel. Als je nu een budget-schip koopt voor 8 MW turbines, ben je over 5 jaar misschien al uitgekeken als er 15 MW turbines geïnstalleerd moeten worden.

Hoe bespaar je op de bouw zonder in te leveren op veiligheid?

Geld besparen op een modern schip voor turbine-installatie is tricky. Je wilt niet bezuinigen op de kraan of de stabiliteit.

Maar er zijn manieren om de pijn te verzachten. 1. Koop een bestaand schip en renoveer (Retrofit): In plaats van nieuw bouwen, koop je een oudere installation vessel of een schip met potentie (zoals een oud boorschip) en bouw je het om.

Dit is vaak 30% tot 40% goedkoper dan nieuw bouwen. Het duurt wel langer.

2. Lease de kraan: Sommige scheepswerven bieden opties aan waarbij je de duurste componenten (de kraan) least in plaats van direct koopt. Dit spreidt de kosten over de levensduur van het schip.

3. Focus op efficiëntie, niet op top-snelheid: Een lichter schip met een lager brandstofverbruik schept op de lange termijn veel meer uit dan een iets duurder, sneller ontwerp.

Vraag naar de ‘bollard pull’ en brandstofefficiëntie bij de werf. 4.

Standarisatie: Kies voor een bewezen ontwerp (zoals die van GustoMSC, Huisman, of Kongsberg). Maatwerk is prachtig, maar een standaard ontwerp is bewezen, sneller te bouwen en vaak goedkoper in onderhoud omdat de onderdelen bekend zijn. Uiteindelijk is een Wind Turbine Installation Vessel een investering die je terugverdient door de snelheid en betrouwbaarheid waarmee je windparken bouwt. Een duurder schip dat 10% sneller werkt, is op een project van € 1 miljard vaak goedkoper uit dan een goedkoop schip dat vertraging oploopt. Kies dus niet alleen voor de laagste prijs, maar voor de beste prijs-kwaliteitverhouding voor jouw specifieke project.