Wat is een 'Subsea Manifold' en hoe wordt deze geplaatst?

R
Redactie Jumboship
Redactie
Olie & Gas Offshore Transport en Installatie · 2026-02-15 · 7 min leestijd
Een ‘Subsea Manifold’ is een onderwater-verdeelstation. Denk aan een soort kruispunt voor olie- en gasleidingen die diep op de zeebodem ligt. Zonder zo'n ding zou elk platform een wirwar van tientallen leidingen naar één plek nodig hebben. Dat is onhandig, duur en onveilig. Een manifold bundelt alles. Hij neemt productie van meerdere putten aan, verdeelt het naar de faciliteit op zee, en zorgt dat chemicaliën of water de juiste put in gaan. De versie die we hier bespreken is een ‘wet mate’ systeem. Dat betekent dat hij open ligt en vol hangt met water. We installeren hem vanaf een zwaar transportschip met een hefboomkraan. De procedure duurt ongeveer 24 uur, van het losmaken tot het vastzetten. De kosten voor zo’n project liggen tussen de €500.000 en €2.000.000, afhankelijk van het gewicht en de diepte. We werken met een tolerantie van 2 graden en 50 centimeter op de plek. Als je dat mist, kun je de connector niet raken. Laten we de stappen doornemen.

Wat je nodig hebt: materiaal en voorwaarden

Je begint met het juiste schip. Een DP2 of DP3 schip met een hefboomkraan van minimaal 250 ton is essentieel.

Denk aan een werkschip als de ‘Boka Falcon’ of een vergelijkbare DP-eenheid. Je hebt een ROV (Remotely Operated Vehicle) nodig van het type work-class, bijvoorbeeld een Schilling of Oceaneering unit. Die is nodig voor de visuele inspectie en het bedienen van de sluitmechanismen.

De manifold zelf is een stuk staal van zo’n 15 tot 40 ton, afhankelijk van de configuratie.

Hij hangt aan vier hijsogen. Verder heb je een guidance system nodig: dat zijn pinnen op de manifold die in gaten op de seafloor frame moeten vallen. Ook heb je hydraulische slangen nodig om de connectors te activeren.

Die slangen lopen vanaf het schip naar de ROV, of direct via een kabel. Je werkt met een diepte van 50 tot 500 meter (shallow water) of 500+ meter (deep water).

De weersvoorspelling moet helder zijn: golfhoogte onder 1.5 meter en windkracht onder 5.

De zichtbaarheid voor de ROV moet minimaal 10 meter zijn. Zonder dat kun je niet navigeren. Veelgemaakte fout: het vergeten van de dead weight. De manifold is zwaar, maar als je hem boven water tilt, is het gewicht anders dan onder water.

Je moet de kraancapaciteit aanpassen voor het gewicht in lucht versus het gewicht in water. Een fout van 10% kan leiden tot een onveilige situatie. Zorg dat de hijskabels gekeurd zijn op 25% extra belasting.

Stap 1: Vervoer en positionering op het dek

De manifold arriveert per zware liftboot of wordt op het dek gelegd via een ro-ro (roll-on/roll-off) systeem.

Als het schip aankomt, controleer je eerst de laadruimte. De plek moet vrij zijn van olie en vet.

We leggen de manifold op 40 ton blocks, op een hoogte van 1.2 meter. Dit is net hoog genoeg om de hijskabels eronder te leggen. Nu koppel je de hijslijnen. Gebruik vier lijnen met een breeklast van 50 ton per stuk.

De hoek tussen de lijnen moet minimaal 45 graden zijn. Gebruik een spreader bar van 3 meter lengte om de lijnen uit elkaar te houden.

Dit voorkomt dat de manifold gaat zwabberen. De ROV wordt nu vanuit het hangar in het water gelaten. De ROV controleert de kabels en de verbindingen.

Zorg dat de hydraulische slangen los hangen en niet in de knel zitten. De meeste fouten gebeuren hier: slangen die knellen of kabels die verward raken.

Controleer dit drie keer. De totale tijd voor deze stap is ongeveer 2 uur.

Stap 2: Het water in en de afdaling

De kraan tilt de manifold op. De kraanman zit in de cabine op 30 meter hoogte.

De operator zit beneden bij de DP-controle. Het schip moet stil liggen.

De DP-systemen (Dynamic Positioning) houden het schip op 1 meter bij 1 meter. De wind gaat nu waaien, dat voel je. De manifold zwaait een beetje.

De afdaling gebeurt in fasen. Eerst tot het wateroppervlak (0 meter NAP). Daar wachten we 5 minuten om lucht uit de systemen te laten ontsnappen. Dan zakken we door tot 10 meter diepte.

Hier controleert de ROV of er geen luchtbel vastzit onder de manifold.

Die kan de stabiliteit verstoren. Vanaf 10 meter gaat het tempo omhoog.

De lijnen rekken uit. De kraanman voelt de weerstand. De totale afdaling tot de zeebodem (bijvoorbeeld op 100 meter) duurt ongeveer 30 tot 45 minuten.

De veelgemaakte fout hier is te snel dalen. Dat zorgt voor “snap loading”, een harde klap als de lijnen strak trekken.

Doe het rustig aan.

Stap 3: Landing en positioning met de ROV

We zijn nu op 5 meter boven de zeebodem. De ROV is al beneden en checkt het landingsvlak.

De seafloor frame (het onderstel) moet waterpas liggen. De tolerantie is 2 graden.

Als het te scheef is, moet je de manifold optillen en elders neerzetten. De kraanman zakt verder tot 1 meter boven de bodem. De ROV grijpt nu de hydraulische slangen en steekt ze in de poorten van de manifold. Dit is precisiewerk.

De connector moet recht naar binnen schuiven. De ROV gebruikt zijn armen met een kracht van 200 kg om de slangen te sturen. Zodra de slangen erin zitten, activeer je de “guidance pins”. Dit zijn pinnen die 20 cm uitsteken.

Ze grijpen in de gaten van het frame. De manifold zakt nu de laatste 50 cm.

De pinnen leiden hem automatisch naar het midden. De landing duurt ongeveer 10 minuten.

De veelgemaakte fout: de ROV te ver van de werkplek houden. Houd de ROV op maximaal 2 meter afstand voor goed zicht, zeker wanneer u risico's bij ocean towage minimaliseert.

Stap 4: De connectors vergrendelen

De manifold staat op het frame. Nu moet hij vast.

De ROV drukt op de knoppen in de cabine. Hydraulische druk van 250 bar gaat door de slangen.

De connectors klappen dicht om de flenzen van de leidingen. Je hoort een “klik” via de geluidssensoren van de ROV. Er zitten 4 tot 8 connectors op een gemiddelde manifold.

De ROV controleert elk van ze. De druk moet stabiel blijven. Als de druk zakt, is er een lekkage. Dan moet de connector open, en opnieuw.

Dit proces herhaal je tot alle groene lampjes branden. De ROV scant ook de lasnaden met een camera.

Veelgemaakte fout: het niet checken van de torque (draaimoment). Sommige systemen geven een seintje als de bouten op de juiste spanning staan.

Als je dit overslaat, kan de verbinding losraken bij de eerste stroming. De totale tijd voor het vergrendelen is 1 tot 2 uur.

Stap 5: Testen en loskoppelen

Nu is het tijd voor de functionele test, vaak uitgevoerd via de openingsconstructie in de romp. Via de slangen stuurt het schip water of olie naar de manifold.

De drukmeter op het schip moet stabiel blijven op 100 bar (of de ingestelde waarde). Als de druk zakt, is er lekkage. De ROV checkt de plekken.

De ROV koppelt nu de hydraulische slangen los. Dit gaat in de reverse stand.

De druk gaat eraf, en de slang schuift eruit. De ROV trekt de slang terug naar het schip of naar een "stinger" (een glijbaan). De ROV checkt of er geen olie lekt uit de connector.

De kraanman tilt de hijslijnen nu strak. De manifold is nu vastgezet, maar de lijnen hangen er nog aan.

De ROV checkt of alles vrij is. Dan tilt de kraan de lijnen 50 cm op.

De manifold blijft staan. Dit is het moment van de "release". De kraan tilt de lijnen leeg uit het water. De klus is klaar. De totale test duurt 30 minuten.

Verificatie-checklist

Voordat je het schip verlaat, loop je deze lijst na. Geen discussie, gewoon doen.

  • Positie: Staat de manifold binnen de cirkel van 50 cm diameter?
  • Hoek: Is de manifold waterpas? Max 2 graden afwijking.
  • Connectors: Staan alle groene lampjes op de ROV-monitor aan?
  • Druk: Is de hydraulische druk stabiel tijdens de test?
  • Slangen: Zijn alle hydraulische slangen veilig binnengehaald?
  • ROV: Is de ROV veilig opgehaald en schoon van olie?
  • Documentatie: Zijn de GPS-coördinaten (bijv. N 56° 12.5' E 003° 45.2') geregistreerd?

Als je alles op 'Ja' hebt staan, is de Subsea Manifold correct geplaatst. Nu weet je ook hoe je een subsea tree installeert. De operatie is geslaagd.