Wat is de 'Jones Act' en waarom is deze controversieel?
Stel je voor: je bent net een zwaar transportproject gestart vanuit Rotterdam naar de Amerikaanse Golfkust. Je schip is geladen met een 500-tons kraan voor een offshore platform.
Maar zodra je Amerikaanse wateren binnenvaart, krijg je een boete van €50.000. Waarom?
Omdat je niet aan de Jones Act voldoet. Deze wet is een van de meest besproken regels in de maritieme wereld. Het bepaalt wie wat mag vervoeren tussen Amerikaanse havens. Het is een wet die zorgt voor veel discussie, vooral in de heavy-lift en offshore sector.
Wat is de Jones Act precies?
De Jones Act is een Amerikaanse wet uit 1920. De officiële naam is de Merchant Marine Act.
- In de Verenigde Staten zijn gebouwd.
- Volledig in eigendom zijn van Amerikaanse burgers.
- Minstens 75% Amerikaanse bemanning hebben.
De kern is simpel: alle goederen die per schip van de ene Amerikaanse haven naar de andere gaan, moeten vervoerd worden door schepen die: Stel je een heavy-lift schip voor dat een transformator van Houston naar New York moet brengen. Als dat schip niet voldoet aan deze criteria, mag die reis niet doorgaan. Hetzelfde geldt voor supply vessels die tussen Amerikaanse offshore platforms varen.
De wet is bedoeld om de Amerikaanse scheepsbouw en maritieme werkgelegenheid te beschermen.
Het is een protectionistische maatregel, net zoals je die soms ziet in andere sectoren. De wet geldt niet alleen voor goederen, maar ook voor passagiers. En het gaat om alle vaarwegen binnen de VS, inclusief de kusten en de grote meren. Voor de offshore sector betekent dit dat een Nederlands zwaar transportschip niet zomaar mag laden en lossen tussen Amerikaanse havens. Het moet een Amerikaans schip zijn of een speciale vrijstelling krijgen.
Waarom is de Jones Act zo controversieel?
De controlose draait om economie en efficiëntie. Aan de ene kant beschermt de Jones Act Amerikaanse banen en scheepswerven. Aan de andere kant verhoogt het de kosten voor import en export.
Denk aan de offshore-industrie. Een nieuw windpark voor de kust van New York vereist enorme installatieschepen.
Als die niet Amerikaans zijn, moeten ze omvaren of wachten op een duur Amerikaans alternatief. Dat kost tijd en geld.
Er is veel kritiek vanuit de havensteden. In 2023 klaagde de burgemeester van New York over vertragingen in de aanvoer van goederen. De kosten voor een Jones Act-compliant schip liggen 20-30% hoger dan een internationaal schip.
Voor een heavy-lift transport van €2 miljoen kan dat zomaar €400.000 extra betekenen.
Ook de brandstofkosten stijgen, want Amerikaanse schepen zijn vaak minder efficiënt. Een ander pijnpunt is het tekort aan Amerikaanse schepen. Er zijn maar weinig zware transportschepen die voldoen. In 2024 waren er minder dan 100 Jones Act-compliant schepen voor heavy-lift beschikbaar.
Dit zorgt voor flessenhalzen in de logistiek. Offshore-projecten lopen vertraging op, mede door de impact van sancties op internationaal project transport, en de kosten lopen op tot in de miljoenen.
Hoe werkt de Jones Act in de praktijk voor heavy-lift en offshore?
Stel je voor: je bent een logistieke planner bij een bedrijf als Boskalis of Van Oord.
- Of een Jones Act-compliant schip huren, zoals de "MV American Freedom" (een heavy-lift schip van de Amerikaanse rederij). Huurprijs: ongeveer €150.000 per dag.
- Of de lading eerst naar een buitenlandse haven (bijvoorbeeld Halifax in Canada) sturen, en dan overstappen op een Amerikaans schip. Dat voegt €50.000-€100.000 extra kosten toe aan de logistiek.
- Of een vrijstelling aanvragen bij de U.S. Customs and Border Protection. Dit duurt 30-60 dagen en kost €5.000-€10.000 aan administratie.
Je hebt een project om een offshore windturbine te installeren voor de kust van Virginia. De turbine-onderdelen liggen in Rotterdam. Je kunt ze niet rechtstreeks naar Amerikaanse havens vervoeren met een Europees schip. Je moet: Voor offshore supply schepen geldt hetzelfde.
Een Nederlands platform supply vessel (PSV) mag niet zomaar tussen Amerikaanse olieplatforms varen. Het moet een Amerikaans PSV zijn.
Prijzen voor zo'n schip liggen 40% hoger dan een internationaal equivalent. Een PSV-huur kost in Europa €10.000 per dag, maar in de VS €14.000 per dag.
Er zijn uitzonderingen. Tijdens noodtoestanden, zoals orkanen, kan een vrijstelling worden verleend. Maar die zijn tijdelijk. In 2022 kregen 12 schepen een vrijstelling voor orkaan-relief, maar dat was maar een druppel op een hete plaat.
Varianten en modellen: hoe om te gaan met de Jones Act
Er zijn verschillende strategieën om met de Jones Act om te gaan, afhankelijk van je project.
Model 1: Huur een Jones Act-compliant schip
Dit is de meest rechtstreekse aanpak. Kies voor een schip van Amerikaanse rederijen zoals "Superior Marine" of "Harvey Offshore". Voor een heavy-lift project van 500 ton van New York naar Miami betaal je ongeveer €500.000 voor de hele reis (inclusief lading en lossen). Dit is duurder dan een internationaal schip (€350.000), maar je vermijdt boetes en vertragingen.
Model 2: Gebruik een buitenlandse hub
Stuur je lading eerst naar een haven in Canada of Mexico. Vanuit daar vaar je met een internationaal schip naar de VS. Kosten: €200.000 voor het transport naar Canada + €300.000 voor het Amerikaanse deel. Totaal €500.000, maar je hebt meer flexibiliteit. Ideaal voor projecten met strakke deadlines, zoals windparken.
Model 3: Vrijstelling aanvragen
Voor unieke projecten, zoals het transport van een enkele mega-transformator, vraag je een vrijstelling aan. Kosten: €5.000 aan fees + €10.000 voor juridische ondersteuning. Maar het duurt 30-60 dagen. Niet geschikt voor spoedprojecten. In de offshore-windsector gebeurt dit vaker voor demonstratieprojecten.
Hieronder bespreek ik drie modellen, inclusief prijsindicaties voor heavy-lift en offshore: Prijzen variëren op basis van marktcondities. In 2024, met hoge brandstofprijzen, liggen de kosten 10-15% hoger dan in 2023.
Voor een typisch offshore-project van €10 miljoen kan de Jones Act €500.000-€1 miljoen extra kosten. Vergelijk dit met Europa, waar geen dergelijke wet is en schepen vrij kunnen varen. Merken zoals "Liebherr" of "Huisman" voor kranen spelen hierop in. Zij bieden ondersteuning voor Jones Act-projecten, maar dat kost extra. Een kraaninstallatie op een Jones Act-schip kan €50.000 meer kosten dan op een Europees schip.
Praktische tips voor je volgende project
Eerst, check altijd of je schip voldoet. Vraag je rederij om een Jones Act-certificering en focus daarbij op een sterke veiligheidscultuur in de offshore.
Als je een nieuw schip bouwt, overweeg dan Amerikaanse werven zoals "Bollinger Shipyards".
Kosten voor een nieuw heavy-lift schip: €50-€100 miljoen, maar je kunt het verhuren voor €200.000 per dag. Twee, plan je logistiek vroeg. Vraag vrijstellingen aan zodra je weet dat je ze nodig hebt.
Gebruik tools zoals de U.S. Maritime Administration (MARAD) website voor aanvragen.
Voor offshore-projecten: werk samen met lokale Amerikaanse partners zoals "Tidewater" voor supply vessels. Drie, budget extra kosten. Zet 10-20% van je transportbudget apart voor Jones Act-gerelateerde uitgaven. Voor een €2 miljoen project, reken op €200.000-€400.000 extra.
En houd rekening met vertragingen; plan buffers in van 2-4 weken. Vier, blijf op de hoogte van politieke veranderingen.
De Jones Act wordt elke paar jaar herzien. In 2024 zijn er plannen voor hervormingen, zoals het verhogen van de vrijstellingslimiet. Volg nieuws via maritieme sites of verenigingen zoals de American Bureau of Shipping.
Tot slot, denk aan duurzaamheid. Amerikaanse schepen zijn soms minder groen.
Overweeg hybrid-modellen of LNG-schepen om kosten en CO2 te verlagen. Voor offshore-wind is dit steeds belangrijker, zeker nu internationale regelgeving de verduurzaming van de scheepvaart versnelt. Zo blijf je competitief in deze niche-markt.