Wat is 'CII' (Carbon Intensity Indicator) en hoe beïnvloedt het rederijen?

R
Redactie Jumboship
Redactie
Brandstoffen, Emissies & Duurzaamheid in de Offshore · 2026-02-15 · 7 min leestijd

Stel je voor: je vaart met een zware offshore-kraan van Rotterdam naar een windpark in de Noordzee.

Je lading is een 800-tons transformer. Onderweg moet je voldoen aan de CII, de Carbon Intensity Indicator.

Dat is niet zomaar een score; het bepaalt je operationele keuzes, je brandstofverbruik en je commerciële positie. In dit stuk leg ik je stap-voor-stap uit wat CII is, hoe je het berekent en hoe je het slim gebruikt voor je heavy-lift operaties.

Wat je nodig hebt voor een CII-berekening

Om te starten heb je een paar dingen nodig. Zorg dat je deze gegevens bij de hand hebt, want zonder data kom je niet verder.

  1. Scheepsgegevens: IMO-nummer, laadvermogen (DWT), brutotonnage (GT), en het type schip (bijvoorbeeld een DP2 heavy-lift vessel of een offshore support vessel).
  2. Operationele data: totaal afgelegde zeemijlen per jaar en totaal verbruikte brandstof in tonnen (bunkerleverancier facturen of bunkertanksensors).
  3. Brandstoftype: VLSFO, MGO, HFO of dual-fuel (LNG/methanol). De CO2-factor verschilt per brandstof.
  4. Meetperiode: kalenderjaar (1 januari t/m 31 december) of, voor nieuwere schepen, de eerste 12 maanden na indienststelling.
  5. Rekenmiddel: de officiële CII-rekenmodule van IMO of een maritiem softwarepakket dat de CII-formule ondersteunt (bijvoorbeeld NAPA Fleet Compliance of Ship Performance System).
  6. Doelwaarde: de CII-doelwaarde voor jouw schipcategorie, beschikbaar via de IMO DCS (Data Collection System) of je classificatiebureau.

Tip: verzamel maandelijks je bunkergegevens. Dat voorkomt een eindjaar-stress en geeft je tijd om bij te sturen.

Stap 1: begrijp de CII-formule

CII staat voor Carbon Intensity Indicator. Het is een jaarlijks score die laat zien hoe efficiënt je schip vaart per ton-meemijl. Hoe lager de score, hoe beter.

De formule in Jip-en-Janneke-taal: CO2-uitstoot reken je uit met de brandstofdata en de IMO CO2-factoren (bijvoorbeeld ~3,114 ton CO2 per ton VLSFO).

CII = (totale CO2-uitstoot in tonnen) / (tonnage × afgelegde zeemijlen)

De noemer is DWT × zeemijlen. Bij heavy-lift schepen werkt DWT beter dan GT, omdat ladinggewicht de inzet bepaalt.

Voorbeeld (heel concreet): je heavy-lift vessel vaart 18.000 zeemijlen per jaar, DWT is 8.000 ton. Je verbruikt 1.200 ton VLSFO. CO2 = 1.200 × 3,114 = 3.737 ton.

CII = 3.737 / (8.000 × 18.000) = 0,026. Die waarde vergelijk je met de doelwaarde voor jouw schipcategorie.

Veelgemaakte fout: verwar DWT en GT. Bij heavy-lift gaat het om het daadwerkelijke gewicht aan boord. Gebruik verkeerde eenheden (mijlen vs. km) en je berekening klopt niet meer.

Stap 2: verzamel en controleer je data

Goede data is het halve werk. Begin met een maandelijkse checklist.

  1. Bunkerleveranciersfacturen: controleer per levering de tonnage, brandstoftype en locatie. Zorg dat de afrekening klopt met je tanksensors.
  2. Logboeken: vul zeemijlen per reis in, inclusief havenbewegingen en DP-tijd (dynamische positionering). DP-tijd telt mee voor brandstofverbruik.
  3. Ladinggegevens: noteer het daadwerkelijke ladinggewicht per voyage. Bij heavy-lift is de belading bepalend voor weerstand en verbruik.
  4. Routegegevens: vaarlijnen, stroming en wind. Een omweg of tegenvloed verhoogt zeemijlen en brandstof.
  5. Technische gegevens: motorvermogen, propellerrendement, en eventuele modificaties (bijv. bulbsteven of hull-coating).

Tijdsindicatie: reken op 2–4 uur per maand voor data-invoer en controle, afhankelijk van je software.

Veelgemaakte fout: vergeten om DP-tijd apart te registreren. DP-verbruik kan oplopen tot 15–25% van je totale verbruik bij offshore-werk. Zonder aparte registratie verlies je inzicht.

Pro-tip: gebruik een eenvoudige spreadsheet met kolommen: datum, reis, zeemijlen, brandstoftype, bunkertonnen, CO2-factor, totaal CO2. Zo houd je overzicht.

Stap 3: bereken je CII-score

Als je data klopt, bereken je je CII. Gebruik de IMO-rekenmodule of je maritieme software.

  1. Voer je scheepsgegevens in: IMO, DWT, GT, brandstoftype.
  2. Voer operationele data in: totaal zeemijlen en totaal bunkertonnen per jaar.
  3. Voer CO2-factor in: bij VLSFO ~3,114, bij MGO ~3,206, bij LNG afhankelijk van source (meestal lager).
  4. Laat de tool rekenen: je krijgt een CII-score en een A–E rating.
  5. Vergelijk met doelwaarde: de doelwaarde verschilt per schipcategorie en jaar. Je classificatiebureau levert deze.

Voorbeeld: een DP2 heavy-lift vessel van 6.000 DWT vaart 15.000 mijlen met 900 ton VLSFO. CO2 = 900 × 3,114 = 2.803 ton. CII = 2.803 / (6.000 × 15.000) = 0,031.

Als de doelwaarde 0,028 is, zit je boven de doellijn. Tijdsindicatie: een eerste berekening duurt 30–60 minuten.

Herberekeningen na operationele aanpassingen zijn sneller. Veelgemaakte fout: vergeten om brandstofcorrecties toe te passen bij LNG of methanol. Die hebben andere CO2-factoren en verlagen je CII significant.

Stap 4: interpreteer je rating en impact op je rederij

Je CII-rating loopt van A (best) tot E (slechtst). Een A of B betekent geen extra maatregelen.

  1. A/B: je mag commercieel sterker aanbieden. Steeds meer opdrachtgevers (windpark-ontwikkelaars) vragen om lage CII.
  2. C: acceptabel, maar houd de vinger aan de pols.
  3. D: je moet een correctieplan indienen. Denk aan snelheidsreductie, route-optimalisatie of technische aanpassingen.
  4. E: je schip kan een operationele beperking krijgen. In de EU kan dit ook gevolgen hebben voor de EU ETS (Emissions Trading System) en extra kosten.

Een D of E vraagt om actie. De impact van de ETS-regelgeving op je rederij:

  • Commercieel: lagere CII opent deuren naar high-end offshore-projecten. Klanten willen geen schepen met een E-rating.
  • Financieel: bij een D/E-rating moet je soms extra maatregelen nemen, zoals slow steaming of retrofit. Dat kost tijd en geld, maar kan je positioneren voor langere contracten.
  • Operationeel: je vaarschema’s worden beïnvloed. Heavy-lift operaties vereisen precisie; slow steaming kan impact hebben op aflevertijden. Je moet je planning slimmer maken.

Voorbeeld: een heavy-lift project van Rotterdam naar de Noordzee. Je kiest voor een directe route met optimale stroomlijn en DP-efficiëntie. Je vaart 12 knopen in plaats van 14, bespaart 10% brandstof, en haalt een B-rating, mede dankzij een gunstige score voor de EEXI-normering.

De klant ziet een betrouwbare partner en verlengt het contract. Veelgemaakte fout: te snel willen varen om deadlines te halen. Dat verhoogt je CII en kost meer brandstof. Plan altijd met een marge voor DP-tijd en weersomstandigheden.

Stap 5: verbeter je CII met praktische maatregelen

Je kunt je CII direct beïnvloeden met een paar slimme ingrepen. Kies maatregelen die passen bij heavy-lift en offshore.

  1. Slow steaming: vaar 10–15% langzamer. Besparing: 8–12% brandstof, directe CII-winst. Let op: bij heavy-lift beïnvloedt dit de operationele timing. Plan je vaarschema met 24–48 uur marge.
  2. Route-optimalisatie: gebruik stroom- en winddata. Kies lijnen die tegenvloed vermijden. Besparing: 5–10% brandstof, afhankelijk van de Noordzee-condities.
  3. DP-efficiëntie: minimaliseer DP-tijd door slimme positionering en minder overbodige manoeuvres. Besparing: 5–15% op DP-verbruik.
  4. Hull- en propelleronderhoud: regelmatig schoonmaken en coating. Besparing: 3–7% brandstof, vooral bij lange operaties.
  5. Brandstofkeuze: overstappen op MGO of LNG verlaagt CO2-factor. MGO is duurder per ton, maar kan je CII verbeteren. LNG kan 10–20% CO2-reductie geven, afhankelijk van source.
  6. Meet- en regeltechniek: installeer een performancemonitor (bijv. NAPA of Ship Performance System). Die geeft real-time inzicht en helpt bij sturen.

Tijdsindicatie: implementatie duurt 1–4 weken voor operationele maatregelen. Retrofit (bijv. bulbsteven) duurt maanden en kost €50.000–€150.000, afhankelijk van schip en omvang. Veelgemaakte fout: te veel maatregelen tegelijk.

Kies er 2–3 die passen bij je operatie en meet het effect.

Te veel veranderingen geven chaos op de werkvloer.

Stap 6: monitoring, rapportage en compliance

CII is een jaarlijks rapportageproces. Zorg dat je compliance op orde is.

  1. Verzamel maandelijks: brandstof- en zeemijldata. Zet deze in je software of spreadsheet.
  2. Voer de IMO DCS-rapportage uit: dien je gegevens in bij je classificatiebureau. Dit is verplicht voor schepen >5.000 GT.
  3. Bereken je CII: aan het einde van het kalenderjaar of na 12 maanden voor nieuwe schepen.
  4. Publiceer de rating: je krijgt een A–E rating. Bij D/E moet je een correctieplan indienen.
  5. EU ETS: voor schepen >5.000 GT die in de EU varen, geldt sinds 2024 het ETS. Een lagere CII verlaagt je emissie-uren en daarmee je kosten.

Tijdsindicatie: maandelijkse monitoring 1–2 uur. Jaarlijks rapportageproces 4–8 uur, afhankelijk van je software. Veelgemaakte fout: te laat beginnen. Zonder maandelijkse data moet je achteraf schatten, wat fouten geeft en je rating kan verlagen.

Pro-tip: stel een CII-doel per jaar. Bijvoorbeeld: “We willen een B-rating halen in 2025.” Deel dit met je crew en operationele planners. Zo wordt het een teamdoel, niet alleen een compliance-item.

Verificatie-checklist

  • IMO-nummer, DWT, GT en brandstoftype staan correct in je systeem.
  • Maandelijkse bunkerleveranciersfacturen zijn gecontroleerd en opgeslagen.
  • Zeemijlen en DP-tijd zijn apart geregistreerd per reis.
  • CO2-factoren kloppen met je brandstoftype (VLSFO, MGO, LNG, methanol).
  • CII-berekening is uitgevoerd met IMO-module of maritieme software.
  • Doelwaarde is vergeleken met je eigen score.
  • Rating (A–E) is bepaald en vastgelegd.
  • Correctieplan is klaar bij D/E-rating.
  • EU ETS-impact is doorgerekend voor EU-vaarten.
  • Team is geïnformeerd en operationele maatregelen zijn ingepland.

Met deze stappen heb je CII niet alleen begrepen, maar ook direct toegepast op je heavy-lift en offshore operaties. Je bespaart brandstof, verbetert je rating en versterkt je commerciële positie. Kijk ook eens naar innovatieve CO2-afvangtechnieken aan boord; dat zijn praktische maatregelen die je morgen al kunt uitvoeren.