'VLS' (Vertical Lay System) vs. 'HLS' (Horizontal Lay System)
Je staat op het dek van een DP2-schip, wind waait over het water, en voor je ligt een kabel van 20 ton per kilometer. Je moet die kabel op 1500 meter diepte leggen.
Ga je voor Vertical Lay System (VLS) of Horizontal Lay System (HLS)? Dat is de hamvraag. Beide systemen doen hetzelfde werk, maar de manier waarop verschilt enorm.
Dit is geen theorie. Dit is praktijk. We zitten aan tafel, ik schenk koffie in, en we kijken naar wat echt telt: geld, tijd, en wat jouw schip aankan.
Wat is een VLS eigenlijk?
Een Vertical Lay System legt kabel of pijp van bovenaf. De kabel komt vanaf een haspel op het dek, loopt via een bovenloopse haspel en gaat recht naar beneden, de zee in.
Denk aan de L-750 van Royal IHC of een systeem van Huisman. De kabel hangt verticaal, zonder horizontale spanning. Je schip vaart langzaam vooruit, de kabel zakt naar de bodem.
Het grote voordeel? Je hebt geen lange horizontale lay-tunnel nodig.
Je bent minder ruimtegevoelig op het dek. Ideaal voor schepen met beperkte dekruimte of voor projecten waar je snel moet omschakelen. De controle over de kabel is direct. Je ziet wat er gebeurt.
Wat is een HLS dan?
Een Horizontal Lay System werkt anders. De kabel komt vanaf een haspel, loopt horizontaal door een lange lay-tunnel (soms wel 100 meter) en verlaat het schip via een stoomgat op waterlijnniveau.
Systemen van TechnipFMC of Subsea 7 gebruiken deze setup vaak voor grote pijpleidingprojecten.
De kabel krijgt horizontale spanning, wat de druk op het materiaal verandert. Deze methode is stabiel voor zware lasten. Je verdeelt de kracht over een lange afstand.
Het is de standaard voor grote, zware projecten waar precisie en capaciteit key zijn. Maar het vereist een speciaal schip. Niet elk vaartuig heeft zo’n tunnel.
Vergelijken op de praktijk: prijs, capaciteit, gebruiksgemak
Laten we kijken naar wat echt telt. We pakken vijf criteria: aanschafprijs, laadcapaciteit, gebruiksgemak, operationele kosten en projectfit. Getallen zijn indicatief, gebaseerd op marktdata voor schepen in de offshore sector (2024).
1. Aanschafprijs en huur
Een VLS-systeem is vaak goedkoper in aanschaf en retrofit. Voor een gemiddeld schip kost een VLS-installatie tussen €1,5 en €3 miljoen, afhankelijk van het merk (bijv. IHC of Huisman).
Een HLS-systeem zit vaak tussen €4 en €8 miljoen, omdat de lay-tunnel en aandrijving complexer zijn. Huur van een VLS-schip ligt lager.
2. Laadcapaciteit en gewicht
Een DP2-schip met VLS huur je voor €80.000-€120.000 per dag. Een HLS-schip, vaak een groter moederschip, zit op €150.000-€250.000 per dag. Voor kortere projecten scheelt dat serieus.
VLS is lichter qua systeem. Je kunt werken met haspels tot 2000 ton, maar de verticale opstelling beperkt soms de maximale kabeldiameter.
3. Gebruiksgemak en flexibiliteit
Ideaal voor kabels tot 25 ton per meter en dieptes tot 3000 meter. HLS kan zwaardere ladingen aan. Denk aan pijpleidingen van 40 ton per meter en dieptes tot 4000 meter. Het systeem verdeelt de spanning beter over lange afstanden.
Voor heavy-lift projecten met grote diameter (bijv. 24-inch pijpen) is HLS vaak de voorkeur.
4. Operationele kosten op termijn
VLS wint op flexibiliteit. Je kunt snel wisselen tussen kabeltypes.
De setup is eenvoudiger, minder bewegende delen in de lay-tunnel. Minder onderhoud onderweg. Ideaal voor projecten met meerdere kabels of wisselende dieptes. HLS is complexer. De lay-tunnel vereist precieze afstelling.
Maar eenmaal ingesteld, loopt het als een trein. Voor lange, eenvormige projecten (bijv. een pijpleiding van 100 km) is HLS stabiel en efficiënt. VLS heeft lagere dagelijkse kosten.
Minder slijtage aan de lay-tunnel, minder energie voor horizontale spanning. Verwacht €5.000-€10.000 per dag aan extra operationele kosten (bemanning, brandstof).
5. Projectfit en veiligheid
HLS kost meer op termijn. De tunnel heeft onderhoud nodig, en de horizontale spanning vraagt meer vermogen.
Kosten lopen op tot €15.000-€25.000 per dag. Maar voor grote projecten is de efficiëntie per tonnage lager. VLS past bij projecten tot 1500 meter diepte, waarbij de technische engineering van subsea storage tanks essentieel is voor kabels tot 30 ton per meter.
Veiligheid is goed: minder horizontale krachten, maar je moet de verticale val beschermen.
HLS is beter voor diepere wateren en zwaardere ladingen. De horizontale opstelling vermindert de valkracht, wat veiliger is voor zware pijpen. Risico op kinken is lager.
VLS is als een lichte sportwagen: snel en wendbaar. HLS is een vrachtwagen: stabiel en sterk.
Keuzehulp: welk systeem kies je?
Kies VLS als je een kleiner schip hebt, een kort project (minder dan 30 dagen), of wanneer je snel moet omschakelen tussen kabels.
Denk aan kabellegging voor windparken op 1000 meter diepte. Je bespaart op huur en operationele kosten. Ideaal voor heavy-lift schepen die ook andere taken doen, zeker als je onze gids voor subsea engineering en installatie raadpleegt.
Kies HLS als je een groot, lang project hebt (meer dan 60 dagen), zware pijpen legt (boven 30 ton per meter), of werkt op dieptes boven 2000 meter. Denk aan pijpleidingen voor olie- en gas of grootschalige infrastructuur.
De stabiliteit en capaciteit wegen op tegen de hogere kosten. Er is een middenweg: hybride systemen.
Sommige schepen, zoals die van Allseas, hebben een VLS-opstelling met een verlengde lay-tunnel voor extra stabiliteit. Dit biedt flexibiliteit met extra capaciteit. Voor een vergelijking van de beste schepen voor diepwater installatie: kosten liggen tussen €3 en €5 miljoen in aanschaf. Huur: €100.000-€180.000 per dag. Check merken zoals IHC of Huisman voor opties.
Conclusie: praktijk boven theorie
Beide systemen werken. Het gaat om wat bij jouw project past.
VLS is lichter en goedkoper. HLS is sterker en stabieler. Kijk naar je budget, de duur van het project en de specificaties van je lading.
Praat met je leverancier, test een demo, en kies wat jouw schip en bemanning aankan. Succes op het water!