TECHNICAL: De engineering achter het lichten van gezonken schepen

R
Redactie Jumboship
Redactie
Offshore Olie & Gas Decommissioning · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Stel je voor: een zwaar beschadigd vrachtschip ligt op de zeebodem, net buiten de kust van IJmuiden.

Het is een gevaar voor de scheepvaart en een olielek wacht om te gebeuren. Je kunt er niet zomaar met een hijskraan overheen hangen. Het lichten van gezonken schepen is een van de meest complexe operaties in de offshore-wereld.

Het vraagt om brute kracht, millimeterprecisie en een ijzersterke engineering. Dit is niet zomaar takelen; het is een choreografie van zwaar transport en maritieme techniek.

Wat betekent het eigenlijk: een schip lichten?

Een schip lichten betekent letterlijk een gezonken of beschadigd vaartuig van de zeebodem optillen en verplaatsen. Dit doe je meestal met behulp van drijvende kranen en speciaal dregmateriaal. Het doel?

Het wrak ruimen, de lading bergen of de locatie vrijmaken voor nieuwe olie- en gasinstallaties. Denk hierbij aan schepen die gezonken zijn na een aanvaring of storm. Ze kunnen gevaarlijke stoffen aan boord hebben.

Het gaat niet alleen om gewicht optillen. Het gaat om stabiliteit behouden terwijl je tonnen staal beweegt.

Of ze liggen precies op een pijpleiding. De operatie is riskant.

De engineering erachter is precies wat het verschil maakt tussen een succesvolle berging en een catastrofe. In de offshore olie- en gas decommissioning is dit een dagelijkse praktijk. Je ruimt oude platforms en wrakken op om de zeebodem schoon te laten voldoen aan milieuwetten.

De engineering: van berekening tot hijswerk

Elke operatie begint met een gedetailleerde survey. Met sonar en ROV’s (onderwaterdrones) wordt het wrak in kaart gebracht.

Hoe zwaar is het? Hoe ligt het? Is de romp nog intact?

De engineers van bedrijven als Heerema of Boskalis gebruiken deze data om een hijsschema te maken. Ze berekenen de ‘lift points’ – de plekken waar de kabels het beste aangrijpen zonder de romp te vernielen. De krachten zijn enorm. Een gemiddeld vrachtschip van 5.000 ton vraagt om een hijsvermogen van minstens 6.000 ton, inclusief waterweerstand en slingereffecten.

De engineeringsoftware rekent elk scenario door: van golfslag tot het plotseling bezwijken van een kabel.

Vervolgens wordt er een liftplan gemaakt. Hierin staan de specifieke hijswerktuigen, de duikoperaties en de veiligheidsmarges. In de Noordzee wordt vaak gewerkt met zware drijvende kranen zoals de ‘Sleipnir’ van Heerema (met een hijsvermogen van 20.000 ton) of de ‘Aegir’ van Allseas.

Deze kranen hebben een totale capaciteit tot 20.000 ton, wat nodig is voor grotere wrakken of oude platformonderdelen. Een cruciaal onderdeel is de stabiliteitsberekening.

Zodra je een schip optilt, verandert het zwaartepunt. De engineering moet garanderen dat de constructie niet inklapt onder de eigen druk.

Dit gebeurt vaak met behulp van zogenaamde ‘synchrolift’ systemen of door het inzetten van lift bags voor onderwater berging.

Methoden en materiaal: hoe pak je het aan?

Er zijn verschillende methoden om een schip te lichten, afhankelijk van de diepte en de grootte.

De meest voorkomende techniek is het gebruik van drijvende kranen met slings (stalen kabels of kettingen). Deze worden door duikers of met ROV’s onder het wrak gelegd. Vervolgens wordt er, rekening houdend met de krachten op de leg wells tijdens een oceaan-oversteek, langzaam opgetild.

Voor lichtere wrakken (tot 1.000 ton) kun je soms werken met luchtzakken of pontons. Deze worden onder het schip geplaatst en opgeblazen om het drijvend te maken.

In de olie- en gas sector zie je dit vaak bij kleinere constructies of bij het bergen van lading.

Prijsindicaties? Een operatie met een zware drijvende kraan (zoals de ‘Saipem 7000’) kost al snel tussen de €150.000 en €300.000 per dag, inclusief personeel en logistiek. Voor een gemiddeld wrak van 3.000 ton ben je zo €1 miljoen tot €2 miljoen kwijt, afhankelijk van de locatie en duur. Kleinere projecten met lokale duikteams en lichtere kranen (bijv.

  • Option 1: Drijvende kraan – voor grote wrakken, hoge precisie.
  • Option 2: Luchtzakken/pontons – goedkoper, maar minder controle.
  • Option 3: Synchrolift systemen – voor droogdok-achtige precisie onder water.

500 ton capaciteit) liggen rond de €200.000 tot €500.000. Er zijn ook specifieke merken voor het hijsmateriaal.

Denk aan de slings van Crosby (voor zware lasten) of de hydraulische krikken van Enerpac. Deze producten zijn ontworpen voor extreme belastingen en kosten respectievelijk €5.000-€10.000 per stuk voor professionele offshore-kwaliteit. Elke optie heeft zijn voor- en nadelen. De keuze hangt af van het budget, de diepte (Noordzee is 20-40 meter diep) en de tijd.

Veiligheid en risico’s: wat kan er misgaan?

Veiligheid is alles in deze operaties. Een kabelbreuk kan leiden tot een catastrofaal falen, waarbij het wrak weer naar beneden schiet of omvalt. Daarom werken teams altijd met redundante systemen: minimaal twee kranen of een backup-systeem.

Een ander risico is het lekken van olie of chemicaliën uit het schip.

Voordat je lift, moet het wrak vaak eerst worden gesaneerd. Dit betekent pompen van restanten en sealen van tanks.

In de offshore olie- en gas sector is dit wettelijk verplicht volgens de OSPAR-richtlijnen. Omgevingsfactoren spelen een grote rol. De Noordzee staat bekend om sterke stromingen en golven tot 3 meter hoogte.

De engineering moet rekening houden met een veiligheidsmarge van 20-30% bovenop het geschatte gewicht.

Gebruik van GPS en realtime monitoring via systemen van Kongsberg of Trimble is hier essentieel. Praktische tip: begin altijd met een grondige inspectie. Gebruik ROV’s van merken als Saab Seaeye of Blue Robotics. Deze kosten tussen €50.000 en €200.000 per stuk, maar ze voorkomen dure fouten. Vergeet niet de vergunningen; in Nederland regelt Rijkswaterstaat de toestemming voor wrakverwijdering.

Praktische tips voor je eigen project

Als je betrokken bent bij een decommissioning-project, begin dan met een realistische scope. Te veel engineers willen te snel gaan; neem de tijd voor de survey.

Een goede sonar scan kost €10.000-€20.000, maar bespaart je tonnen aan vertraging. Kies de juiste partners. Bedrijven als Boskalis, Van Oord of Heerema hebben decennia ervaring in de Noordzee.

Voor kleinschalige projecten kun je lokale maritieme aannemers inschakelen, maar check hun certificering (bijv.

ISO 9001 voor kwaliteitsmanagement). Budgeteer altijd een buffer van 15-20% voor onverwachte kosten, zoals extra duikuren of reparaties aan materiaal. Een typische lift van een 2.000-ton wrak kost inclusief logistiek zo €800.000, maar houd rekening met wat een noodberging op open zee kost om risico op overschrijding te voorkomen.

Tot slot: documenteer alles. Gebruik software voor projectmanagement zoals Primavera of MS Project.

Dit helpt bij het bijhouden van deadlines en kosten. En onthoud: veiligheid gaat voor snelheid.

Een succesvolle lift is er een waar iedereen heelhuids vanaf komt.