NKT Victoria vs. Leonardo da Vinci: Welk kabellegschip is superieur?

R
Redactie Jumboship
Redactie
Offshore Windpark Installatie & Logistiek · 2026-02-15 · 5 min leestijd
Transparantie: Dit artikel bevat affiliate links. Als je via onze link een product koopt, ontvangen wij een kleine commissie. Dit kost jou niets extra en helpt ons om deze site te onderhouden.

Stel je voor: je staat op een winderig offshore-dek, kijkt naar twee gigantische kabellegschepen en vraagt je af welke de karwei het beste klart.

De NKT Victoria en de Leonardo da Vinci zijn beide beesten van schepen, maar ze verschillen als dag en nacht. In de wereld van offshore windparken gaat het om precisie, kracht en betrouwbaarheid. Laten we ze zonder blad voor de mond vergelijken, zodat jij weet welk schip jouw project het beste dient.

Vergelijking kabellegschepen NKT Victoria vs Leonardo da Vinci

De NKT Victoria is een gespecialiseerd kabellegschip van Zweedse makelij, gebouwd voor zware klussen in de Noordzee en daarbuiten. De Leonardo da Vinci, daarentegen, is een veelzijdig Nederlands schip van Van Oord, oorspronkelijk ontworpen voor pijpleggen maar omgebouwd voor kabels.

Beide varen onder Europese vlaggen en voldoen aan strenge maritieme regelgeving, zoals de Wet ruimtelijke ordening en de Waterwet in Nederland.

Specificaties en capaciteiten

Het gaat hier niet om een schoonheidswedstrijd, maar om wie het beste presteert in echte offshore-scenario's. We kijken naar specs, inzetbaarheid, technologie en kosten. De NKT Victoria meet 141 meter lang en 24 meter breed, met een diepgang van 6 meter.

Hij kan tot 10.000 ton kabel opnemen, ideaal voor lange transatlantische of Noordzee-verbindingen. De boegschroeven leveren 3.000 kW vermogen, wat zorgt voor stabiele positionering in sterke stroming.

De Leonardo da Vinci is groter: 168 meter lang, 32 meter breed, en dieper (7 meter), met een laadvermogen van 8.000 ton voor kabels. Zijn DP3-positioneringssysteem is top, maar hij is minder gespecialiseerd voor pure kabels. Als je dikke, hoogspanningskabels moet leggen, wint de Victoria op capaciteit. Voor gemengde projecten met pijpleidingen, scoort de Leonardo punten.

Beide schepen hebben een werkdek van ruim 1.000 m², maar de Victoria biedt meer flexibiliteit voor kabelhaspels.

Operationele geschiedenis en inzetbaarheid

De maximale trekracht van de Victoria is 200 ton, tegenover 150 ton voor de Leonardo – cruciaal voor het leggen van kabels over ruw terrein op de zeebodem. Prijzen? Charterkosten liggen rond €150.000 per dag voor de Victoria en €180.000 voor de Leonardo, afhankelijk van de duur en locatie. Die hogere prijs van de Leonardo komt door zijn veelzijdigheid, maar voor een kabelproject betaal je vaak voor onnodige extras.

De NKT Victoria is sinds 2017 in gebruik en heeft zijn sporen verdiend in projecten zoals de Kriegers Fluke-kabel tussen Denemarken en Duitsland. Hij is gebouwd voor koude, ruwe wateren en heeft een bewezen staat van dienst in de Noordzee.

De Leonardo da Vinci, operationeel sinds 2020, is jonger en heeft vooral gewerkt aan gemengde projecten zoals de Hollandse Kust Zuid-windparken. Hij is inzetbaar in diepere wateren (tot 3.000 meter), maar zijn kabellegcapaciteit is nieuw en minder uitgebreid getest. Inzetbaarheid hangt af van het project.

De Victoria is sneller beschikbaar voor kabelspecifieke klussen, met een bemanning van 50 personen en een autonomie van 40 dagen. De Leonardo heeft meer bemanning (70 personen) en een langere looptijd (60 dagen), maar hij is gevoeliger voor vertragingen door zijn complexe uitrusting.

Technologische innovaties en uitrusting

Voor Nederlandse wateren, waar vergunningen onder de Waterwet vallen, is de Victoria vaak makkelijker in te zetten vanwege zijn compactere formaat.

De Leonardo kan beter uit de voeten in internationale diepzee-projecten. De NKT Victoria heeft een geavanceerd kabellegsysteem met een roterende haspel en automatische spanningcontrole, wat het risico op kabelschade vermindert tot onder de 0,5%. Zijn DP2-positionering is betrouwbaar voor windparken tot 15 meter diepte.

De Leonardo da Vinci blinkt uit met zijn DP3-systeem en een dynamisch kabellegapparaat dat ook pijpleidingen kan hanteren. Hij heeft ingebouwde sensoren voor realtime monitoring van de zeebodem, wat helpt bij complexe Nederlandse waterwegen.

Beide schepen gebruiken brandstofefficiënte motoren van Wärtsilä, maar de Victoria is lichter en verbruikt minder (ongeveer 15 ton bunkerolie per dag tegenover 20 ton voor de Leonardo). De Leonardo heeft innovaties zoals een geïntegreerde ROV (Remotely Operated Vehicle) voor inspecties, wat handig is voor offshore-onderhoud. Voor pure kabellegging wint de Victoria op precisie; voor projecten met extra componenten zoals monopiles, is de Leonardo superieur. Denk aan merken als Nexans voor kabels – beide schepen zijn compatibel met hun hoogspanningslijnen.

Kosten en efficiëntie analyse

Laten we geld op tafel leggen: de Victoria kost €150.000 per dag, maar zijn efficiëntie lagere operationele kosten op lange termijn.

Bij een typisch windparkproject van 6 maanden, kom je uit op circa €27 miljoen voor charter alleen. De Leonardo, op €180.000 per dag, loopt op tot €32,4 miljoen, maar hij kan meerdere taken aan (kabels + pijpleidingen), wat bespaart op extra schepen. Brandstofkosten: €50.000 per maand voor de Victoria, €70.000 voor de Leonardo.

Efficiëntie gaat verder dan dagtarieven. De Victoria legt sneller kabels – tot 3 km per uur – dankzij zijn gespecialiseerde uitrusting, wat projecten verkort en verzekeringen goedkoper maakt.

De Leonardo is langzamer (2 km per uur) voor kabels, maar zijn veelzijdigheid vermindert logistieke kosten. Op termijn, over 5 jaar, bespaart de Victoria 15-20% op onderhoud vanwege zijn eenvoudigere ontwerp. Rekening houdend met Nederlandse regelgeving, waar vergunningen voor kabels onder de Waterwet vallen, is de Victoria vaak efficiënter voor lokaal gebruik. De Leonardo is beter voor globale projecten waar flexibiliteit telt.

Keuzehulp: Welk schip kies jij?

Kies de NKT Victoria als je project draait om pure kabellegging in de Noordzee of vergelijkbare wateren, met een budget dat efficiëntie boven veelzijdigheid zet. Hij is ideaal voor windparken tot 1.000 MW, waar precisie en lage operationele kosten doorslaggevend zijn.

Denk aan Zweedse of Deense projecten met hoogspanningskabels van merken als Prysmian.

Kies de Leonardo da Vinci als je een gemengd offshore-project hebt, zoals een windpark met pijpleidingen of diepzee-inspecties, en je bereid bent meer te betalen voor veelzijdigheid. Hij schittert in internationale wateren of complexe Nederlandse locaties waar DP3 essentieel is. Voor budgetbewuste projecten is dit misschien overkill, maar voor grootschalige logistiek is hij onverslaanbaar.

Een middenweg? Overweeg de NKT Aurora of een vergelijkbaar schip van Van Oord, dat qua capaciteit tussen de twee in zit – ongeveer 9.000 ton laadvermogen en €165.000 per dag. Of huur een combinatie: de Victoria voor kabels en een kleiner schip voor aanvullende taken. Praat met een maritiem adviseur over de beste leveranciers van kabellegschepen voor windparken – de juiste keuze bespaart tonnen en tijd.

Uiteindelijk komt het neer op jouw prioriteiten: snelheid en lage kosten of flexibiliteit en kracht.

Beide schepen zijn toppers in de offshore-wereld, maar begrijp de verschillen tussen pijpenleggers en kabelleggers voor het beste resultaat bij je project.