Hoe een exportkabel wordt aangesloten op een offshore substation

R
Redactie Jumboship
Redactie
Offshore Windpark Installatie & Logistiek · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Stel je voor: je staat op het dek van een DP2-kraanschip, de wind waait hard over de Noordzee, en voor je ligt een offshore substation van 1.800 ton. Die exportkabel van 220 kV moet nu worden aangesloten.

Dit is het moment waar alles samenkomt: precisie, zwaar transport en een ijzersterke planning.

Geen ruimte voor fouten, want elke minuut stilstand kost zo’n €150.000. Laten we samen doornemen hoe je dit karwei veilig en soepel klart.

Wat je nodig hebt voordat je begint

Zonder de juiste spullen begin je niet eens. Je hebt een zware offshore-kraan nodig, minimaal 1.000 ton hefvermogen, bijvoorbeeld een Liebherr RL 1000 op een DP2-schip.

De kabeltrekcapaciteit moet minimaal 50 ton zijn, zoals een Trelleborg CPT 500-systeem.

Je exportkabel is een driedubbel geïsoleerde 220 kV-kabel, diameter circa 25 cm, gewicht per meter 85 kg. Verder: een kabeltrekhaspel van 3 meter diameter, een hydraulische kabelklem (type Parker 50 ton), een IP68-connectorset (ABB 220 kV) en een DNV-gecertificeerde liftbak voor de connector. Check het weer: golfhoogte onder de 1,5 meter, windkracht max 6 Beaufort.

Je hebt een permit-to-work nodig van de operator, plus een goedgekeurde liftplan- en kabelmanagementprocedure. Budget voor materiaal en logistiek: €2,1 miljoen voor de kabel, €180.000 voor de connector, €95.000 voor de liftbak. Zorg dat alle certificaten (DNV, Lloyd’s) up-to-date zijn. En vergeet niet: een back-up generator op het schip, voor het geval de DP-systemen uitvallen.

Stap 1: Voorbereiding en positioning van het schip

Je begint met het positioneren van het kraanschip. Vaar langzaam richting het substation, houd een afstand van 50 meter aan.

Gebruik de DP2-controle om te voorkomen dat je schip beweegt. Zet de ankers vast of activeer de dynamic positioning op 0,5 meter precisie. De kraanarm moet in een hoek van 45 graden staan voor optimale hefhoek.

Controleer de belasting op de kraan: de kabelhaspel plus connector wegen samen circa 12 ton.

Zorg dat de kraan hiervoor is gecertificeerd. Veelgemaakte fout: te snel varen, waardoor de DP-systemen overbelast raken. Dit leidt tot onnodige stilstand en extra kosten. Tijd voor deze stap: 45 minuten tot 1 uur.

Gebruik een laser-afstandsmeter om de afstand tot het substation te meten, houd deze op 45 meter ± 2 meter. Als het zicht minder is dan 1 kilometer, wacht je tot het opklaart. Veiligheid eerst.

“Een verkeerde positionering kost je meer tijd dan een extra rondje varen.” – Offshore Project Manager, Van Oord

Stap 2: Kabelhaspel laden en transport naar het substation

De kabelhaspel staat al op het dek, maar controleer of hij stevig is verankerd. Het gewicht is 22 ton, diameter 3 meter.

Gebruik vier sjorbanden met een breeksterkte van 5 ton per stuk. Zorg dat de haspel vrij kan draaien zonder weerstand.

De kabeltreklijn moet via een geluide demper lopen, om beschadiging te voorkomen. Zet de hydraulische kabelklem vast op de kabel, op 2 meter van de haspel. De connector zit al in de liftbak, klaar voor de lift.

Transporteer de haspel naar het substation met een tweede schip, bijvoorbeeld een DP1-vaartuig met een hefcapaciteit van 150 ton. De afstand is meestal 2 tot 5 kilometer, vaartijd circa 20 minuten.

Zorg dat de kabeltreklijn strak blijft, anders ontstaat er knikking. Veelgemaakte fout: te losse lijn, wat leidt tot beschadiging van de buitenmantel. Tijd voor deze stap: 1,5 uur inclusief laden en transport. Tip: gebruik een kabelmonitor die de spanning realtime meet.

Een ideale spanning is 10-15 ton. Te strak? Risico op breuk. Te los? Knikken.

Houd dit in de gaten.

Stap 3: De connector liften en positioneren

De connector weegt 12 ton en is 2,5 meter lang. De liftbak is gemaakt van aluminium en heeft een IP68-rating.

Je tilt de connector met de kraan op 50 meter hoogte. De kraanarm beweegt langzaam richting het substation. De connector moet precies boven de aansluiting hangen, met een tolerantie van 10 cm. Gebruik een laser-niveau om de hoek te controleren.

De windkracht is nu 5 Beaufort, de kraan kan dit aan. Net als bij het laden van 100 meter lange turbinebladen op een transportschip, is een veelgemaakte fout: te snel bewegen, waardoor de connector gaat zwaaien.

Dit kan de kabel beschadigen. Tijd voor deze stap: 30 minuten.

Zorg dat er een tweede persoon op dek staat om de kabellijn te controleren. De connector moet stabiel blijven hangen. Als de wind toeneemt, zet je de kraan stil en wacht je tot het beter wordt.

De connector wordt nu langzaam neergelaten. De tolerantie is 5 cm voor de aansluiting.

Gebruik een afstandsmeter om de positie te checken. Als het niet lukt, herhaal je de lift. Dit kost extra tijd, maar veiligheid gaat boven snelheid.

Stap 4: Aansluiten van de exportkabel op het substation

De connector hangt nu boven de aansluiting van het substation. De kabel is al voorgetrokken tot op 2 meter van de connector, precies zoals wordt uitgelegd in onze gids over hoe een exportkabel wordt verbonden met het landstation.

De hydraulische kabelklem wordt losgemaakt en de kabel wordt in de connector geschoven. Dit gebeurt met een speciale tool, de kabelinvoerduwer, die een druk van 5 ton uitoefent. De connector heeft een interne vergrendeling die automatisch activeert.

De kabel is nu vastgeklikt. De volgende stap is het aandraaien van de moeren.

Gebruik een hydraulische momentsleutel met een instelbaar koppel van 500 Nm. Draai de moeren in een kruispatroon aan, beginnend bij de bovenste linker moer. Controleer elke moer met een torque-wrench. De totale tijd voor deze stap is 2 uur.

Veelgemaakte fout: te strak aandraaien, wat de connector kan beschadigen. Volg altijd het voorgeschreven koppel van de fabrikant.

Nu sluit je de elektrische verbindingen aan. De 220 kV-connector heeft drie fasen plus een aardingsdraad. Gebruik een isolatiemeter om de weerstand te controleren.

Minimale weerstand: 1000 MΩ. Als dit lager is, stop direct en zoek de oorzaak.

De totale tijd voor het aansluiten van de elektrische verbindingen is 1 uur.

Stap 5: Testen en verifiëren van de aansluiting

Nu het echte werk: testen. Eerst voer je een visuele inspectie uit.

Controleer of de connector goed vastzit, geen beschadigingen aan de kabel en geen lekkages. Gebruik een endoscoop om de binnenkant van de connector te bekijken.

De volgende stap is een hi-pot test. Dit is een hoge-spanningstest van 220 kV, die 30 minuten duurt. De test wordt uitgevoerd met een mobiele hi-pot unit, kosten circa €15.000 per test. Als de test slaagt, voer je een warmtebeeldinspectie uit met een thermische camera.

De temperatuur van de connector mag niet meer dan 10°C stijgen tijdens de test.

Dit duurt 15 minuten. Veelgemaakte fout: te snel testen zonder visuele inspectie. Dit leidt tot onnodige risico’s.

Tijd voor deze stap: 2 uur inclusief wachttijd. Na de tests sluit je de kabelmanagement-systemen aan.

Dit zijn de sensoren die de temperatuur en spanning monitoren. De systemen worden gekalibreerd op 220 kV.

De kalibratie duurt 30 minuten. Als alles goed is, geef je het systeem vrij voor operatie.

Verificatie-checklist

  • Schip correct gepositioneerd (DP2, afstand 45 meter ± 2 meter)
  • Kabelhaspel stevig verankerd (4 sjorbanden, 5 ton breeksterkte per stuk)
  • Connector gelift en gepositioneerd (tolerantie 10 cm, windkracht onder 6 Beaufort)
  • Kabel aangesloten en vergrendeld (koppel 500 Nm, kruispatroon)
  • Elektrische verbindingen geïsoleerd (weerstand min 1000 MΩ)
  • Hi-pot test uitgevoerd (220 kV, 30 minuten)
  • Thermische inspectie gedaan (temperatuurstijging onder 10°C)
  • Kabelmanagement systemen gekalibreerd (220 kV)

Als alle items zijn afgevinkt, is de exportkabel veilig aangesloten op het offshore substation. Benieuwd naar wat het leggen van een offshore exportkabel kost? Je bent klaar om de volgende klus te plannen. Succes!