Hoe bereken je de 'Energy Efficiency Design Index' (EEDI)?

R
Redactie Jumboship
Redactie
Scheepsbouw, Innovatie & Toekomst · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Stel je voor: je staat op het droogdok, kijkt naar een gloednieuwe heavy-lift carrier die net uit de bouwloods rolt, en je wilt weten of hij aan de strenge IMO-regels voldoet.

De EEDI, of Energy Efficiency Design Index, is de maatstaf die bepaalt hoe zuinig je schip is. Het is geen ingewikkelde magie, maar een reeks stappen die je methodisch doorloopt. In dit stuk leg ik je precies uit hoe je die berekening zelf kunt doen, zonder technische drempels.

Wat je nodig hebt voor de EEDI-berekening

Voordat je begint, verzamel je de juiste data en tools. Je hebt de ontwerptekeningen nodig van je schip, zoals de rompconfiguratie en het laadvermogen.

Voor een typische heavy-lift vessel zoals een Rolldown Carrier van 12.000 DWT, zorg je voor de exacte afmetingen: lengte over alles (LOA) van 140 meter, breedte van 24 meter, en diepgang van 7 meter. Zorg verder voor de motorSpecificaties: een hoofdmotor van bijvoorbeeld MAN B&W 6S50ME-C8.1 met een vermogen van 8.500 kW en een specifieke brandstofverbruik (SFOC) van 175 g/kWh. Je hebt ook de brandstofdata nodig: marine gas oil (MGO) tegen €850-900 per ton, afhankelijk van de markt. Voor de software gebruik je een rekenmodel zoals het EEDI Calculation Tool van GL Noble Denton of een Excel-sjabloon van ClassNK.

Heb je geen toegang? Een eenvoudige spreadsheet volstaat voor de basisberekening, maar voor certificering moet je naar een gevalideerd programma. Tijd nodig?

Reken op 4-6 uur voor een eerste iteratie, plus extra tijd voor revisies.

Veelgemaakte fouten hier: vergeten om de correcte eenheden te gebruiken (kW in plaats van pk), of onvolledige motorgegevens. Check altijd of je de laagste SFOC-waarde gebruikt voor de referentielijn, niet de maximumcapaciteit.

Stap 1: Bepaal de referentielijn voor je scheepstype

De EEDI-vergelijking begint met een referentielijn, die de gemiddelde efficiëntie van bestaande schepen van hetzelfde type weergeeft. Voor heavy-lift schepen kijk je naar de IMO-categorie 'General Cargo Ship' of specifiek 'Heavy Lift Vessel'.

Gebruik de formule: referentielijn = a × (Capacity)^(-c), waarbij a en c constanten zijn per scheepscategorie.

Stap voor stap: noteer je schipcapaciteit in cubic meter (m³) of DWT. Voor een 12.000 DWT heavy-lifter is dat ongeveer 15.000 m³ laadvolume. Zoek in de IMO-database de parameters a=0.28 en c=0.5 voor deze klasse.

Bereken: 0.28 × (15.000)^(-0.5) = ongeveer 0.0023 ton/m³ per jaar. Deze stap duurt 30-45 minuten.

Veel fouten ontstaan door verkeerde categoriekeuze; een offshore-support vessel valt anders dan een pure heavy-lift. Double-check je scheepsklasse bij Lloyd's Register of DNV. Gebruik een voorbeeld: voor een Roll-on/Roll-off heavy-lift schip van Ulstein Design, met 10.000 DWT, is de referentielijn lager dan voor een bulkcarrier. Pas dit toe op je eigen tekeningen.

Stap 2: Verzamel de vermogens- en brandstofdata

De kern van EEDI is het brandstofverbruik per ton-mijl. Je hebt de installatievermogens nodig: hoofdmotor, hulpmotoren, en eventuele LNG-dual fuel systemen. Voor een heavy-lift schip met kraancapaciteit van 500 ton, tel de generatorsets mee (bijv.

2 × 1.200 kW Cummins QSK19). Meet of neem de SFOC-waarden over: voor de hoofdmotor 175 g/kWh, voor hulpmotoren 210 g/kWh.

Bereken het totale brandstofverbruik per uur: (8.500 kW × 175 g/kWh) + (2.400 kW × 210 g/kWh) = ongeveer 1.950 kg/uur bij vol vermogen. Converteer naar ton per jaar, gebaseerd op 6.000 vaaruren (standaard voor EEDI).

Tijd indicatie: 1-2 uur, afhankelijk van beschikbare data. Fouten om te vermijden: neem niet de maximale vermogens, maar de operationele waarden (70-80% load). Voor offshore-operaties, waar je dynamisch positioneert, reken met gemiddelde belasting, niet pieken.

Specifiek voor niche: als je schip, vaak gebouwd bij de beste scheepswerven voor de bouw van complexe offshore schepen, hydraulische systemen heeft voor heavy-lift kranen (bijv.

MacGregor), neem die verbruiken mee in de hulpenergie. Gebruik MGO-prijzen van €850/ton voor realistische kosteninschatting, maar EEDI focust op efficiëntie, niet direct op kosten.

Stap 3: Pas de EEDI-formule toe

De EEDI-formule is: EEDI = (Specific Fuel Oil Consumption × Engine Power × Capacity Factor) / (Ship Speed × Reference Line Value).

In gewone taal: hoe lager de EEDI, hoe zuiniger je schip. IMO eist een daling van 10% per jaar voor nieuwe schepen. Begin met de snelheid: voor een heavy-lift vessel is de designsnelheid 14-16 knopen.

Gebruik 15 knopen (7,7 m/s). Capacity Factor is je DWT gedeeld door 65.000 (standaard voor deze categorie).

Voor 12.000 DWT: factor = 12.000 / 65.000 = 0,185. Vul in: EEDI = (0,000000175 ton/kWh × 8.500 kW × 0,185) / (7,7 m/s × 0,0023).

Reken uit: ongeveer 10,5 gCO2/ton-mijl. Voor een vergelijkbaar schip van Daewoo Shipbuilding, benchmark je met 11,0 als startpunt. Tijd: 1-2 uur voor de berekening. Veelgemaakte fouten: vergeten om eenheden te consistent houden (knopen naar m/s), of verkeerde capacity factor. Voor offshore heavy-lift, waar snelheid varieert, gebruik een gemiddelde snelheid van 12 knopen voor realistischere EEDI.

Stap 4: Verwerk correcties en optimaliseer

EEDI kent correctiefactoren, bijvoorbeeld voor ice-class schepen of LNG-aandrijving. Voor een heavy-lift offshore-vessel met DP2-classificatie, pas je een factor van 1,05 toe op het verbruik vanwege extra stabiliteitseisen.

Optimaliseer door rompmodificaties: een bulbous bow kan je EEDI met 5-8% verlagen. Test dit met CFD-software (Computational Fluid Dynamics), kost ongeveer €5.000-10.000 per simulatie. Voor een Ulstein X-BOW ontwerp, verwacht een directe winst van 3-5% in brandstofefficiëntie. Tijd voor deze stap: 2-4 uur, plus eventuele simulaties.

Fouten: te veel correcties toepassen zonder validatie, wat leidt tot afkeuring door de classificatiemaatschappij. Gebruik altijd de laatste IMO-richtlijnen (2023-update).

Realistisch voorbeeld: voor een 15.000 DWT heavy-lift schip van een van de meest innovatieve rederijen, verlaag je EEDI van 12 naar 10,5 door een efficientere motorkeuze zoals Wärtsilä 12V31DF op dual fuel.

Dit scheelt €50.000 jaarlijks in brandstofkosten bij MGO-prijs van €850/ton, waarbij je rekening moet houden met de meerkosten van een dual-fuel motor.

Verificatie-checklist

Gebruik deze lijst om je berekening te controleren voordat je hem indient bij de IMO of je classificatiemaatschappij.

  • Referentielijn: Is de scheepscategorie correct? Check DWT en m³ tegen IMO-database. Verwachte waarde: 0,002-0,003 ton/m³ per jaar voor heavy-lift.
  • Motor- en brandstofdata: SFOC ≤ 180 g/kWh? Vermogen in kW, niet pk? Brandstof MGO of LNG correct genoteerd?
  • Formule-invulling: Eenheid consistent (gCO2/ton-mijl)? Snelheid in m/s? Capacity factor berekend op DWT?
  • Correcties: DP2, ice-class of andere factoren toegepast? Documenteer de bron (bijv. DNV-GL guideline).
  • Output: EEDI-waarde lager dan referentielijn? Voor 2025: minimaal 10% verbetering. Benchmark met vergelijkbare schepen van bijv. Hyundai Heavy Industries.
  • Documentatie: Alle tekeningen, motorlogs en rekenbladen bijgehouden? Totaal tijd voor verificatie: 1 uur. Als alles klopt, ben je ready voor certificering.

Elk item is een snelle check van 5-10 minuten. Met deze stappen ben je in staat om de EEDI voor je heavy-lift of offshore-schip nauwkeurig te berekenen. Het proces voelt misschien technisch, maar het is gewoon een kwestie van data verzamelen en rekenen.

Als je vastloopt, raadpleeg een expert van bijvoorbeeld Royal IHC of Boskalis voor praktische input. Succes op het droogdok!