De toekomst van offshore wind: Turbines van 20MW en de logistieke impact

R
Redactie Jumboship
Redactie
Offshore Windpark Installatie & Logistiek · 2026-02-15 · 7 min leestijd

Stel je voor: een windturbine zo groot als een flatgebouw, met wieken van 120 meter lang. Die moet je op zee installeren, op een plek waar golven en wind geen genade kennen. Dat is de nieuwe realiteit van de offshore windsector.

We praten niet meer over turbines van 5 of 10 megawatt (MW), maar over kolossen van 20 MW en meer.

Het installeren ervan is een logistiek circus op zee. Je hebt schepen nodig die zwaarder kunnen tillen dan ooit, kranen met een ongekede reikwijdte en een planning die tot op de minuut klopt.

Een verkeerde afweging en je verliest miljoenen euro's aan materiaal en tijd. In deze gids leg ik je uit wat er allemaal bij komt kijken. We gaan het hebben over de schepen, de kosten en hoe je dit soort projecten slim aanpakt.

Wat is de impact van 20MW turbines op logistiek?

Een turbine van 20 MW is een beest. De rotor heeft een diameter van 220 tot 250 meter.

De ashoogte alleen al is 150 meter. Dat betekent dat je fundament, de monopile, een stuk groter en zwaarder moet zijn.

Waar je vroeger genoeg had aan een 800-tons paal, heb je er nu één nodig van wel 2.000 ton of meer. Het logistieke plaatje verandert daardoor compleet. Je kunt niet meer zomaar een standaard jack-up vessel gebruiken.

Die schepen zijn gebouwd voor turbines tot 15 MW. Voor 20 MW turbines moet je over op zwaardere types.

Denk aan de Voltaire van Van Oord of de Les Alizés van Jan De Nul. Dit zijn zogenaamde floating installation vessels. Ze hebben geen potten die op de zeebodem staan, maar blijven drijven. Dat is nodig omdat de monopiles zo zwaar zijn dat een traditionele jack-up niet stabiel genoeg is.

De logistieke keten begint al op de productielocatie. Een turbine van 20 MW bestaat uit onderdelen die per schip of trein aankomen in een haven als Rotterdam of Antwerpen.

Een turbine van 20 MW weegt in totaal zo'n 1.500 tot 2.000 ton. Dat is het gewicht van een kleine Boeing 747, maar dan in de vorm van een windmolen.

Daar worden ze overgeslagen op een zware transportschepen. Denk aan een DP2-barges met een laadvermogen van meer dan 5.000 ton. De timing is cruciaal: als de monopile eerder aankomt dan de turbine, staan er opslagkosten van duizenden euro's per dag.

En die opslagruimte op een haven is beperkt. De daadwerkelijke installatie op zee duurt langer.

Waar je vroeger een turbine in 24 uur installeerde, ben je nu al snel 36 tot 48 uur kwijt per stuk. De kraanschepen moeten preciezer werken, de golfslag zorgt voor meer downtime en de kabels en connectors zijn complexer. Dit alles leidt tot een hogere daghuur voor de schepen en een langere overall projectduur.

De schepen die het werk doen: Heavy-lift en jack-ups

Om die zware turbines te plaatsen, heb je specifieke schepen nodig. Laten we eens kijken naar de belangrijkste typen en wat ze kunnen.

Allereerst de floating installation vessels. Dit zijn de toppers voor 20MW turbines.

De Voltaire van Van Oord heeft een kraancapaciteit van 3.000 ton en een deck oppervlakte van 4.000 m². Dit schip kan monopiles tot 2.000 ton tillen en turbines van 20 MW plaatsen. De daghuur ligt rond de €250.000 tot €300.000.

Dat klinkt duur, maar het is efficiënter dan een kleiner schip dat drie keer moet heen en weer. Een ander type is de heavy-lift vessel. Denk aan de SSCV Sleipnir van Heerema. Dit schip is ontworpen voor extreem zware lasten, tot 20.000 ton.

Het is vooral geschikt voor het installeren van de fundamenten en de onderste delen van de turbine.

Voor de complete turbine-installatie wordt het minder gebruikt, maar het is essentieel voor de zwaardere monopiles. De daghuur ligt hier rond de €150.000 tot €200.000.

Daarnaast heb je de jack-up vessels voor lichtere taken. De Sea Installer van DEME is een voorbeeld. Dit schip kan tot 1.500 ton tillen en is geschikt voor turbines tot 15 MW.

  • Floating installation vessel: voor monopiles en complete turbines, €250k-€300k per dag.
  • Heavy-lift vessel: voor zware fundamenten, €150k-€200k per dag.
  • Jack-up vessel: voor lichtere taken, €100k per dag.

Voor 20 MW turbines is het beperkt inzetbaar, maar het kan nog steeds gebruikt worden voor het plaatsen van smaller onderdelen of voor onderhoud.

De daghuur ligt lager, rond de €100.000. De keuze hangt af van het project. Voor een windpark met 50 turbines van 20 MW, reken je al snel op een totale schepenkosten van €15 tot €20 miljoen. Dat is exclusief brandstof en bemanning.

Prijzen en modellen: Wat kost het?

De kosten voor het installeren van een 20 MW turbine zijn hoog, maar ze dalen door schaalvoordelen. Laten we de cijfers op een rij zetten.

Een complete installatie van een 20 MW turbine kost gemiddeld €4 tot €6 miljoen per stuk. Dat is inclusief de monopile, de turbine, de kabels en de installatie. De monipile zelf kost ongeveer €1,5 tot €2 miljoen.

De turbine, inclusief rotor en nacelle, kost €2 tot €2,5 miljoen. De rest is arbeid, schepen en logistiek.

Voor een heel windpark van 500 MW (25 turbines) betaal je al snel €100 tot €150 miljoen aan installatiekosten. Maar door de grootte van de turbines wordt het per megawatt goedkoper. Benieuwd naar wat de logistiek van een offshore windpark per megawatt kost?

Bij een 10 MW turbine was de installatiekosten per MW ongeveer €200.000. Bij 20 MW turbines daalt dat naar €150.000 per MW.

Dat is een forse besparing. Er zijn verschillende modellen om deze kosten te dekken.

De meest voorkomende is de EPCI-contract (Engineering, Procurement, Construction, Installation). Hierbij neemt een aannemer zoals Van Oord of Jan De Nul de volledige verantwoordelijkheid. Je betaalt een vaste prijs, maar de aannemer draagt het risico. Voor 20 MW turbines wordt dit model steeds populairder, omdat het de complexiteit beheerst.

  1. Monopile installatie: €500.000 - €800.000 per stuk.
  2. Turbine installatie: €1 tot €1,5 miljoen per stuk.
  3. Kabelleggen: €200.000 per kilometer.
  4. Totale projectkosten voor 500 MW: €100 - €150 miljoen.

Een ander model is time-charter. Hier huur je de schepen los in, zonder de bemanning of brandstof.

Dit is handig als je zelf de logistiek regelt, maar het risico op vertragingen ligt bij jou. De daghuur voor een floating installation vessel ligt dan op €250.000, maar je betaalt extra voor brandstof (ongeveer €50.000 per dag) en bemanning. Prijsindicaties op een rij: Deze cijfers zijn gebaseerd op Europese projecten in 2024. In Azië of de VS kunnen de kosten lager zijn door lagere arbeidskosten, maar de schepen zijn hetzelfde.

Praktische tips voor het plannen van je project

Als je een offshore windproject plant met 20 MW turbines, moet je verder kijken dan alleen de schepen. Bekijk de logistieke uitdagingen voor een soepel verloop van je project. Begin vroeg met het reserveren van schepen.

De beschikbaarheid van zware installatieschepen is beperkt. De Voltaire is bijvoorbeeld al volgeboekt voor 2025 en 2026. Boek minimaal 18 maanden van tevoren.

Anders betaal je een premie van 20% tot 30% op de daghuur.

Coördineer de havenlogistiek. Zorg dat de turbineonderdelen op tijd aankomen in een haven met voldoende diepgang (minimaal 14 meter) en kraancapaciteit. Rotterdam en Antwerpen zijn topkeuzes, maar de wachttijden kunnen oplopen tot 2 weken. Plan een buffer in van 10% op je tijdlijn.

Houd rekening met het weer. Op de Noordzee is de golfhoogte een kritieke factor.

Bij golven hoger dan 1,5 meter stopt de installatie. Reken op 20% downtime per jaar. Begrijp de invloed van het weer op je operatie en gebruik real-time weersdata van diensten als Offshore Weather om je planning bij te sturen. Kies voor lokale partners.

In Nederland en België heb je gespecialiseerde logistieke bedrijven zoals Boskalis of SMIT voor sleep- en bergingsdiensten.

Zij kennen de lokale regelgeving en kunnen snel schakelen. Test de onderdelen op voorhand. Laat de turbinebladen en nacelles controleren op de kade voordat ze op het schip gaan.

Een defect onderdeel op zee repareren kost €50.000 per uur aan vertraging. Liever een dag langer in de haven dan een week op zee.

Sluit een goede verzekering af. Dek de schepen, de lading en de aansprakelijkheid.

Voor een project van €100 miljoen liggen de verzekeringskosten rond de €1 tot €2 miljoen. Geen overbodige luxe als je met 20 MW turbines werkt. Met deze tips en inzichten ben je beter voorbereid op de toekomst van offshore wind.

De turbines worden groter, de logistiek complexer, maar met de juiste planning en partners is het haalbaar.

Stap je mee in deze wereld van zware lasten en windkracht?