De rol van offshore wind in de productie van groene waterstof op zee

R
Redactie Jumboship
Redactie
Offshore Windpark Installatie & Logistiek · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Stel je voor: je staat op het dek van een DP2-sleephopper, midden op de Noordzee.

Windmolens torenen boven je uit. Hun energie is gratis, schoon, en... een beetje een lastig kind. Want wat doe je als de wind waait, maar het net vol is?

Je kunt die stroom niet zomaar weggooien. De oplossing ligt recht voor je neus: water.

De zee om je heen. Door die twee te combineren, maak je goud.

Of eigenlijk, groene waterstof. En dat verandert alles voor de maritieme sector.

Wat is groene waterstof op zee eigenlijk?

Even terug naar de basis. Groene waterstof is waterstofgas gemaakt met 100% duurzame energie.

Het proces heet elektrolyse. Je neemt een apparaat, een elektrolyser, en pompt er water en stroom doorheen.

De stroom splitst het water (H₂O) in waterstof (H₂) en zuurstof (O₂). Simpel scheikunde uit de middelbare school, maar dan in het groot. De "groene" label is cruciaal. Als je stroom van een windmolen op zee gebruikt, is je waterstof groen.

Als je het op het vaste land doet met stroom uit het stopcontact (wat vaak nog uit gas of kernenergie komt), is het grijs of blauw.

Door de productie direct op zee te doen, vermijd je ook transportverliezen via het elektriciteitsnet. Je maakt de brandstof waar de vraag is: bij de bron. Waarom doen we dit?

Omdat waterstof de ultieme energiedrager is voor de industrie en zwaar transport. Scheepvaart, maar ook offshore bedrijven die nu nog op diesel of gas draaien.

Waterstof kan worden opgeslagen in tanks en later worden gebruikt in brandstofcellen of verbrandingsmotoren.

Het is de manier om de energie van de windmolen op te slaan voor later gebruik, zelfs als het windstil is.

De kern: Hoe werkt een offshore waterstofproject?

De basis is een offshore windpark. Denk aan turbines van 15 MW per stuk, met rotordiameters van 240 meter. Die genereren stroom.

In plaats van die stroom via een dikke kabel direct naar het vasteland te sturen, leiden we hem naar een elektrolyser-platform. Dit is geen simpel boorplatform; het is een drijvende fabriek. Een van de grootste projecten die nu ontwikkeld worden is het Hollandse Kust West (HKW) project. Hier worden gigantische elektrolysesystemen geïnstalleerd.

Denk aan systemen van fabrikanten zoals Nel of ITM Power, met een capaciteit van wel 100 MW of meer. Zo'n 100 MW kan ongeveer 15.000 tot 20.000 kilo waterstof per dag produceren.

Dat is genoeg om een flinke veerboot of een offshore supply vessel (OSV) een week lang te laten varen.

De uitdaging zit hem in de logistiek en de installatie. Je moet deze zware elektrolyse-units (soms 40 ton per stuk) veilig op een platform krijgen. Dat gebeurt met zware hijskranen vanaf een Jack-Up Vessel of een heavy-lift schip als de 'Svanen'. Het is precisiewerk.

De waterstof zelf wordt direct op het platform verwerkt. Meestal wordt het eerst afgekoeld en gecomprimeerd naar 30 bar of 200 bar, afhankelijk van het gebruik.

Transport en opslag: De logistieke uitdaging

Hier komt het maritieme aspect echt naar boven. Waterstof is een licht gas.

Om het efficiënt te vervoeren, moet je het ofwel comprimeren ofwel liquefieëren (vervloeien). Verplaatsen van gas via pijpleidingen is een optie, maar voor de eilanden of platforms verder uit de kust is dat duur.

Daarom kijken we naar schepen. Een speciale 'waterstof-distributieboot' is nodig. Deze schepen zijn nu in ontwikkeling. Denk aan de 'Hydra' van de rederij Vopak, of concepten van Siemens.

Ze zijn uitgerust met speciale cryogene tanks om vloeibare waterstof (LH2) te vervoeren bij -253°C, of zware druk tanks.

Verschillende modellen en hun kosten

De investeringskosten voor een modern Wind Turbine Installation Vessel zijn enorm; een simpel vrachtschip kost misschien €20-30 miljoen, maar een waterstof-specifiek schip loopt al snel op naar €60-80 miljoen vanwege de veiligheids- en isolatie-eisen. Een andere optie is om de waterstof via een pijpleiding naar de kust te sturen. Het 'GET H2' project in Duitsland is hier een voorbeeld van.

Ze bouwen een infrastructuur van productieplatformen via een leiding naar de industrie. De investering voor zo'n leiding kan oplopen tot €1-2 miljard voor een traject van 100 km, maar het is op de lange termijn goedkoper dan continue scheepsvaart.

  1. De eiland-aanpak (Hub): Denk aan het Energie-eiland in de Noordzee. Hier komt een enorm platform te staan met windenergie en direct waterstofproductie. De waterstof wordt verzameld en via pijpleidingen naar de industrie in Nederland en Duitsland gestuurd. De investering voor zo'n hub kan oplopen tot €5-10 miljard.
  2. De shuttle-aanpak: Kleinere, drijvende productie-eenheden (FPHP's) vlak bij windparken. Deze produceren waterstof en vullen speciale tankschepen. Deze schepen varen dan naar de kust of naar grotere moederschepen. De investering per eenheid is lager (€100-300 miljoen), maar de transportkosten zijn hoger.

Er zijn grofweg twee modellen op dit moment: De prijs van waterstof zelf?

Momenteel ligt die rond de €4-5 per kilo. Met de huidige subsidieregelingen (SDE++) en schaalvergroting moet dat naar €1,50 - €2,00 per kilo rond 2030 om concurrerend te zijn met grijze waterstof uit gas.

Praktische tips voor de offshore professional

Als je in deze sector werkt, verandert er veel. De vraag naar klassieke olie- en gasgerelateerde klussen neemt af, maar de vraag naar waterstof-gerelateerde expertise explodeert.

Zorg dat je je certificeringen op orde hebt. Veiligheid rondom waterstof is nummer 1.

De ATEX-richtlijnen (explosieveiligheid) zijn extreem streng. Zorg dat je kennis hebt van HAZOP studies voor waterstofinstallaties. Kijk naar je materieel.

Ga je zware lasten hijsen? De elektrolyser-units zijn kwetsbaarder dan een gemiddelde pomp.

Je hebt speciale transportframes nodig die trillingsdempend werken. Bedrijven als Mammoet of Boskalis ontwikkelen hier specifieke procedures voor. Vraag naar hun 'green hydrogen' handling procedures. Denk na over de logistieke keten bij uitdagende weersomstandigheden.

Waar wordt de waterstof opgeslagen? Op zee is ruimte beperkt.

Soms is het efficiënter om de waterstof direct om te zetten in een brandstof zoals ammoniak (NH3), wat makkelijker te vervoeren is. Ammoniak wordt dan later weer omgezet in waterstof op de plek van bestemming. Dit is een extra stap, maar vaak goedkoper voor de lange afstanden.

Houd rekening met een meerprijs van €0,50 - €1,00 per kilo waterstof als je het via ammoniak omzet. Sluit je aan bij netwerken.

De maritieme sector is klein. Projecten zoals 'North Sea Wind Power Hub' of 'Dutch Offshore Wind Hydrogen Coalition' brengen partijen samen. Zij delen kennis over aanbestedingen.

Vaak zoeken ze niet de allergrootste spelers, maar gespecialiseerde MKB-bedrijven die de logistiek kunnen regelen. Zorg dat je gezien wordt.

Conclusie: De toekomst is blauw en groen

De productie van groene waterstof op zee is geen toekomstmuziek meer. Het is de volgende logische stap in de energietransitie. Het combineert de kracht van de Noordzee wind met de opkomst van drijvende windparken en de behoefte aan schone brandstof voor onze industrie en schepen.

Het is complex, duur, en technisch veeleisend, maar de kansen voor de maritieme sector zijn gigantisch.

Voor de scheepvaart betekent dit een nieuwe bron van inkomsten. Niet alleen het vervoer van olie, maar het vervoer van materialen voor waterstofprojecten, het bemannen van onderhoudsschepen voor elektrolyse-units, en het zelf varen op waterstof.

De markt gaat veranderen. Degenen die nu de kennis opdoen en de juiste partnerships aangaan, zullen varen op de golven van de toekomst. Letterlijk.