De roadmap naar 20GW offshore wind: Logistieke uitdagingen

R
Redactie Jumboship
Redactie
Offshore Windpark Installatie & Logistiek · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Stel je voor: je staat aan de kust en ziet een gigantisch windturbineblad van 120 meter lang over het water glijden.

Het is een logistiek ballet van formaat. Nederland wil 21 GW offshore wind capaciteit bereiken, maar de huidige stand is 4,7 GW.

Dat is een enorme inhaalslag. Je vraagt je af: hoe krijgen we dit voor elkaar zonder dat de toeleveringsketen vastloopt? Laten we eens kijken naar de realiteit achter deze cijfers en wat er nodig is om die ambities waar te maken.

De roadmap naar 20GW: een droom of werkelijkheid?

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) publiceert een roadmap die ons naar 21 GW moet brengen. Maar er is een probleem: vertraging door uitblijven van vergunningen voor Nederwiek I-A, waardoor 5 GW op de plank blijft liggen.

Tegelijkertijd is de ambitie om tegen 2040 30-40 GW te bereiken. Dat betekent dat we vanaf 2031 jaarlijks 15 GW moeten installeren. Een tempo dat nu nog ver boven onze productiecapaciteit ligt.

Denk aan de turbineproductie: wereldwijd produceren fabrieken minder dan 10 GW per jaar.

En dat terwijl we 15 GW per jaar nodig hebben. Het is alsof je een raceauto wilt bouwen met een te kleine motor. De industrie moet opschalen, maar dat kost tijd en geld. Zonder extra investeringen kan de keten dit tempo gewoon niet aan.

De planning voor Hollandse Kust (west) WFS VI is commissioning in 2026-2027, en IJmuiden Ver WFS Alpha volgt in Q3 2029. Deze projecten zijn cruciaal, maar ze laten zien hoe strak de tijd is. Elke vertraging in vergunningen of productie schuift de hele keten door.

Logistieke knelpunten in de toeleveringsketen

De toeleveringsketen voor offshore wind is complex. Het begint bij de productie van turbines, funderingen en installatieschepen. Elk onderdeel moet perfect op elkaar aansluiten.

Als er één schakel hapert, loopt alles vast. Neem de turbinegrootte: 15–20 MW per stuk.

Dat is enorm en vereist speciale schepen en kranen. Er is een bottleneck bij de productie van funderingen.

Sif, een grote speler, heeft een capaciteit van maar 3-4 GW per jaar. Bij een ambitie van 15 GW per jaar ontstaat er een gat van meer dan 10 GW. Dat betekent dat we of meer fabrieken nodig hebben, of efficiënter moeten werken.

Maar dat laatste is makkelijker gezegd dan gedaan. Ook de installatieschepen zijn een pijnpunt.

Er zijn maar een beperkt aantal schepen die zulke zware ladingen kunnen tillen. De kosten voor het charteren van zo’n schip lopen al snel op tot €100.000 per dag. En als er vertraging is, betaal je door zonder dat je vorderingen maakt. Het is een race tegen de klok.

Windturbines, funderingen en installatieschepen

Windturbines van 15–20 MW zijn de nieuwe standaard. Ze leveren meer stroom, maar zijn ook logistiek een uitdaging.

Een blad is 120 meter lang en weegt tientallen tonnen. Je hebt schepen nodig met kranen die 2.000 ton kunnen tillen.

Die schepen zijn schaars en duur. Denk aan de ‘Voltaire’ van Jan De Nul, een van de grootste installatieschepen ter wereld. Funderingen zijn net zo cruciaal.

Ze moeten stabiel genoeg zijn voor die enorme turbines. Sif produceert monopiles, maar hun capaciteit is beperkt. Andere producenten zoals Bladt leveren ook, maar ook hier zijn wachttijden lang.

Een monopile kan €5-10 miljoen kosten, afhankelijk van de grootte. En je hebt er duizenden nodig voor 15 GW.

Installatieschepen zijn de bottleneck. Er zijn er maar een handvol die 15-20 MW turbines kunnen installeren.

De kosten voor een dag charter zijn hoog, en vertragingen lopen snel op. Het is essentieel om de planning strak te houden en alternatieven te overwegen, zoals het gebruik van ‘feeder’ schepen die materiaal aanvoeren.

Oplossingen om de keten te versnellen

Om de offshore windpark installatie en de complete logistieke keten te versnellen, moet je investeren in nieuwe productiefaciliteiten. Neem de turbineproductie: er zijn plannen voor nieuwe fabrieken in Nederland, zoals die van Siemens Gamesa in Rotterdam.

Die kunnen de capaciteit verhogen, maar het duurt jaren voordat ze operationeel zijn. Tot die tijd blijft de productie achter.

Een andere optie is het standaardiseren van onderdelen. Door turbinebladen of funderingen te standardiseren, kunnen producenten sneller schakelen. Dat verlaagt de kosten en vermindert vertragingen. Maar het vereist samenwerking tussen bedrijven en overheden.

Het is niet iets wat je zomaar even doet. Investeren in logistieke hubs is ook slim.

Denk aan havens zoals IJmuiden of Eemshaven, waar materiaal kan worden opgeslagen en verwerkt. Dat vermindert de druk op de installatieschepen en zorgt voor een betere doorstroom. Bij de opkomst van drijvende windparken vormt dit een nieuwe logistieke uitdaging. Kosten voor zo’n hub? Een paar miljoen euro, maar het levert op de lange termijn veel op.

“We moeten nu investeren in capaciteit, anders halen we de doelen nooit.” – NedZero

Prijzen en kosten: wat kost het om te versnellen?

De kosten voor het versnellen van de toeleveringsketen zijn hoog, maar noodzakelijk. Een nieuwe turbinefabriek kost al snel €100-200 miljoen. Een monopile-fabriek?

Ook rond de €50-100 miljoen. En dan heb je nog de installatieschepen: een nieuw schip kost €200-300 miljoen.

Maar zonder deze investeringen halen we de doelen niet. Vergunningen en vergunningstrajecten kosten ook tijd en geld. Een vergunning voor een windpark kan €1-5 miljoen kosten, afhankelijk van de grootte.

En vertragingen zoals bij Nederwiek I-A kosten de industrie miljarden. Elke maand vertraging betekent dat we later stroom opwekken en later besparen op fossiele brandstoffen. Er zijn subsidies beschikbaar, zoals de SDE++-regeling, die investeringen stimuleert. Maar bedrijven moeten ook zelf investeren.

Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. Zonder samenwerking tussen overheid en industrie blijft de keten achter.

Praktische tips voor de industrie

Focus op het versnellen van projectstartklaarheid. Begin met vergunningen op tijd aan te vragen. Wacht niet op de overheid, maar neem het initiatief.

Dat vermindert vertragingen en houdt de keten in beweging. Investeer in samenwerking.

Bedrijven moeten samenwerken om productiecapaciteit te delen. Denk aan joint ventures voor turbineproductie of funderingen.

Dat verlaagt kosten en verhoogt efficiëntie. Monitor de keten continu. Gebruik data om bottlenecks op te sporen en aan te pakken.

Bijvoorbeeld door IoT-sensoren op schepen en fabrieken te plaatsen. Dat geeft inzicht en helpt bij het nemen van snelle beslissingen.

Houd rekening met alternatieven. Als een schep niet beschikbaar is, kijk dan naar feeder-schepen of andere transportmethoden. Wees flexibel en denk out-of-the-box. En tot slot: blijf investeren in innovatie.

Nieuwe technologieën, zoals 3D-printen van onderdelen, kunnen de keten versnellen. Het is een investering voor de toekomst, maar wel een die nodig is om 20GW te halen.