De groei van de Chinese offshore windvloot: Dreiging of kans?
Stel je voor: je staat op het dek van een zware hijskraan en ziet een gigantische turbineblad van 100 meter over het dek zweven. De windparken in de Noordzee groeien als kool.
Maar ondertussen draait 90% van de krachtige magneten in die turbines op Chinese grond. Is dat een bedreiging of een kans voor de Nederlandse maritieme sector?
China domineert wereldwijde offshore windinstallaties
De cijfers liegen er niet om. In 2021 werd er wereldwijd 15.666 MW nieuwe offshore windcapaciteit bijgebouwd. China installeerde daarvan 12,7 GW.
Dat is meer dan driekwart van alle nieuwe turbines die dat jaar op zee werden geplaatst.
De totale wereldwijde capaciteit stond eind 2021 op 48,2 GW. China had toen 19,7 GW geïnstalleerd, goed voor 40% van het wereldwijd totaal.
Ter vergelijking: het Verenigd Koninkrijk zat op 12,3 GW en Duitsland op 7,7 GW. De bouw van nieuwe parken gaat razendsnel. Op dit moment staan er wereldwijd projecten in aanbouw met een totaal vermogen van 35.000 MW.
China bouwt er alleen al 7.993 MW. Het VK zit op 2.990 MW, Taiwan op 2.505 MW en Nederland op 2.229 MW.
Recordgroei in 2021 door aflopend feed-in tarief
De focus van China ligt de laatste jaren steeds meer op hun eigen markt, maar hun schaalvoordelen en productiecapaciteit beïnvloeden de wereldwijde prijzen en levertijden enorm. Waarom schoten de installaties in 2021 zo omhoog? In China en ook in Nederland speelde een belangrijke financiële prikkel. Het feed-in tarief, een gegarandeerde prijs die projecten kregen voor de opgewekte stroom, liep af.
Ontwikkelaars en aannemers werden opgejaagd om projecten voor die deadline te voltooien. In Nederland liep dit tarief eind 2021 af.
Dat zorgde voor een sprint in de haven van Eemshaven en IJmuiden.
Schepen als de Voltaire van Jan De Nul en de Sea Installer van Seaway 7 werden continu ingezet voor het monteren van funderingen en turbines. De drukte was enorm. De havens draaiden overuren om grote onderdelen op tijd te laden.
Deze deadline was de directe motor achter de recordcijfers. Het toont hoe gevoelig de markt is voor overheidsbeleid. Zowel in Europa als in Azië.
Europa waarschuwt voor afhankelijkheid Chinese grondstoffen
De groei is fantastisch voor de energietransitie, maar er schuilt een adder onder het gras. De toeleveringsketen is extreem kwetsbaar.
Europa wil fors uitbreiden: Nederland wil in 2030 1.700 turbines bouwen met een totaal van 21 GW en in 2050 zelfs 70 GW wind op zee.
De EU-lidstaten rond de Noordzee hebben als doel om in 2050 260 GW geïnstalleerd te hebben. Al die turbines hebben zware, complexe onderdelen nodig. Vooral de logistieke uitdagingen van 20MW turbines en de generatoren met hun permanente magneten zijn een bottleneck.
De angst voor een handelsoorlog of politieke druk neemt toe. Bronnen geven aan dat de kans op een Chinese exportboycot van kritieke componenten de komende 10 jaar groter is dan 50%. Als China besluit de export van bepaalde grondstoffen of afgewerkte magneten te beperken, staan de Europese windparken stil. Dat betekent vertraging voor projecten, stijgende kosten en een directe bedreiging voor onze energie-onafhankelijkheid.
Neodymium-magneten cruciaelen voor turbines
Waarom is die afhankelijkheid zo groot? Moderne windturbines gebruiken zogenaamde permanente magnetische generatoren (PMG).
Deze technologie is lichter en efficiënter, vooral voor de zware turbines die nu op zee worden gebouwd. De magneten in deze generatoren bevatten zeldzame aardmetalen zoals neodymium.
Deze magneten zorgen voor een stabiele stroomproductie zonder dat de turbine constant hoeft te worden afgesteld. Het is een technisch hoogstandje. Helaas is de winning en verwerking van deze metalen grotendeels geconcentreerd in China.
De markt is volledig afhankelijk van één land. Als je een turbine koopt van een fabrikant als Siemens Gamesa of Vestas, zit er met grote waarschijnlijkheid een component in dat via China is gegaan.
Dit is een strategisch risico dat vaak onder de radar blijft bij het berekenen van projectkosten.
TNO/HCSS rapport: strategische afhankelijkheid voorkomen
Gelukkig is er aandacht voor het probleem. Instituten zoals TNO en het Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) doen onderzoek naar deze strategische afhankelijkheid.
Hun rapporten waarschuwen voor de geopolitieke risico's. De boodschap is helder: Europa moet zijn toeleveringsketen diversifiëren.
We kunnen niet blind varen op één regio. De oplossingen liggen in het ontwikkelen van alternatieven. Denk aan het recyclen van magneten uit oude turbines, het ontwikkelen van generatoren die geen zeldzame aardmetalen nodig hebben, of het opzetten van eigen verwerkingsfabrieken voor grondstoffen uit andere landen.
China heeft bijna monopolie op permanente magneten
Dit vraagt om investeringen en beleid. De maritieme sector speelt hierin een sleutelrol.
Bedrijven die zware lift- en transportoperaties uitvoeren, moeten straks misschien niet alleen materiaal vervoeren, maar ook zorgen dat de keten robuust wordt. De cijfers zijn onthutsend. Ongeveer 90% van alle neodymium-magneten wordt in China geproduceerd. Het gaat hier niet alleen om de winning van de ertsen, maar vooral om de verwerking tot bruikbare magneten.
Andere landen hebben de technologie en infrastructuur niet opgebouwd om hier snel op te anticiperen.
Dit monopolie geeft China een enorme machtspositie. Ze kunnen de prijzen beïnvloeden of de export beperken. Voor Europa betekent dit dat we eigenlijk geen Plan B hebben.
De bouw van nieuwe windparken, zoals die van Hollandse Kust Zuid en West, draait op volle toeren. Maar als de levering van magneten stilvalt, staan de assemblagehallen en installatieschepen leeg, zeker nu de opkomst van drijvende windparken een nieuwe logistieke uitdaging vormt.
Het is alsof je een haven bouwt maar geen schepen meer krijgt. Een strategische blinde vlek die nu moet worden gedicht. De groei van de Chinese offshore windvloot en productiecapaciteit is een zegen voor het klimaat, maar een bedreiging voor de Europese strategische autonomie. Zorgvuldig onderhoud van de hijskranen op een wind-installatieschip is daarbij essentieel om de operationele inzetbaarheid te waarborgen.
De vraag is niet óf we moeten veranderen, maar hóe we snel onafhankelijker worden. De maritieme sector kan hier een leidende rol in pakken door slimmer te logistieken en te investeren in nieuwe technologie.