De circulaire economie in de scheepsbouw: Recycling van materialen

R
Redactie Jumboship
Redactie
Brandstoffen, Emissies & Duurzaamheid in de Offshore · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Stel je voor: een oud offshore support vessel ligt in het droogdok. Het is klaar voor sloop.

Vroeger ging dan alles naar de schroothoop. Nu denken we anders.

We kijken eerst wat er nog bruikbaar is. Een boegschroef van 12 ton, een kraanwagen van 15 ton, of een complete generatorset. Zo bespaar je niet alleen geld, maar verminder je ook de CO2-uitstoot.

In de scheepsbouw is de circulaire economie geen leuk idee meer, het is een harde eis. Je ziet het terug in de sloop van heavy-lift schepen en de bouw van nieuwe offshore platformen.

Wat is circulaire economie in de scheepsbouw?

Een circulaire economie betekent dat materialen niet eindigen als afval. Ze blijven in een gesloten kringloop.

In de scheepsbouw draait het om hergebruik, refurbishment en recycling. Staal, aluminium, koper en roestvast staal (RVS) worden gescheiden ingezameld.

Een heavy-lift schip bevat soms wel 2.500 ton staal. Dat materiaal kan opnieuw worden gebruikt voor nieuwe schepen of offshore constructies. Het doel is simpel: minder primaire grondstoffen, minder uitstoot, meer waarde.

Denk aan de offshore sector. Daar zie je pijplegschepen en jack-ups met zware hijsinstallaties. Na 25 jaar dienst zijn ze nog lang niet waardeloos. De boormast van een jack-up kan opnieuw worden ingezet.

De hydraulische pompen van een kraanschip gaan naar een nieuw project. Circulair werken betekent dat je de levensduur van deze componenten verlengt.

Je reduceert de vraag naar nieuw staal en bespaart energie. De International Maritime Organization (IMO) zet hierop in.

Vanaf 2025 moeten sloopwerken voldoen aan de Hongkong Convention. Dat betekent strikte scheidingsprotocollen en veilige verwerking. In Nederland werken werven zoals Royal IHC en Damen Shipyards al met deze normen. Het is geen toekomstvisie meer, het is de nieuwe standaard.

Waarom is dit zo belangrijk voor offshore en heavy-lift?

De offshore sector is energie-intensief. Een heavy-lift schip verbruikt makkelijk 80 ton brandstof per dag bij zware hijswerkzaamheden.

Als je materiaal hergebruikt, verminder je de CO2-voetafdruk van de gehele keten. Staal produceren kost ongeveer 1,85 ton CO2 per ton staal.

Hergebruik van 1.000 ton staal bespaart dus 1.850 ton CO2. Dat is vergelijkbaar met de uitstoot van 400 personenauto’s in een jaar. Financieel is het ook slim. Nieuw staal kost momenteel rond de €700-€900 per ton.

Gescheiden hergebruik van offshore constructiestaal ligt vaak lager, rond de €400-€600 per ton.

Voor een project van 1.000 ton scheelt dat tonnen. Bovendien vermijd je sloopkosten. Een sloopproject kost al snel €1.000-€1.500 per ton als je alles naar de stort brengt.

Door materiaal terug te winnen, draai je die kosten om in inkomsten. Er is ook een strategisch voordeel.

De toeleverketens voor staal en RVS staan onder druk. Door hergebruik ben je minder afhankelijk van nieuwe productie.

Je bouwt een buffer in. Dat is essentiel voor projecten in de Noordzee, waar deadlines strak zijn en materiaaltekorten voorkomen.

Hoe werkt het in de praktijk: stappen en kosten

Stap 1: inventarisatie. Een deskundig team scant het schip of platform.

Ze meten dekken, hijsvermogen en materiaalstromen. Een typische inspectie duurt 2-3 dagen en kost €5.000-€10.000.

Ze gebruiken 3D-scans voor zware componenten zoals boormasten of kranen. Dit voorkomt verrassingen. Stap 2: demontage en scheiding. Heavy-lift schepen hebben zware onderdelen.

Een boegschroef van 15 ton wordt losgekoppeld. Koperen leidingen worden gedemonteerd. Stalen dekken worden gebrand. Scheiding is cruciaal: schoon staal levert meer op dan verontreinigd materiaal.

De prijs voor schoon staal ligt op €550-€650 per ton, verontreinigd staal op €350-€450 per ton.

Stap 3: verwerking en hergebruik. Staal gaat naar een shredder of walserij.

Aluminium en RVS gaan naar gespecialiseerde recyclers. Koper gaat naar kopersmelterijen. Een generatorset van 2.000 kW kan direct worden ingezet op een nieuw platform.

De kosten voor refurbishment liggen rond de €20.000-€40.000, afhankelijk van de staat.

Dat is vaak 50% goedkoper dan nieuw. Stap 4: certificering en rapportage. Elk hergebruikt onderdeel krijgt een certificaat.

Voor offshore projecten gelden strenge normen, zoals ISO 9001 en DNV-GL standaarden. De rapportage kost ongeveer €2.000-€5.000 per project. Dit is essentieel voor vergunningen en ESG-rapportage.

Modellen en prijsindicaties voor verschillende schepen

Er zijn verschillende modellen voor circulaire sloop. Model 1: directe verkoop van onderdelen.

Een boegschroef van 12 ton levert €15.000-€25.000 op. Een kraanwagen van 15 ton gaat voor €30.000-€50.000 van de hand. Dit is snel en rendabel.

Je vermijdt sloopkosten en krijgt direct cash. Model 2: refurbishment en herinzet.

Een generatorset van 1.500 kW kost nieuw €150.000-€200.000. Refurbishment kost €40.000-€60.000. Je bespaart 60-70% op aanschaf. Dit model is geschikt voor heavy-lift schepen die een tweede leven krijgen als accommodatieschip of platformondersteuner, waarbij je ook kunt kijken naar het ombouwen naar dual-fuel. Model 3: bulk recycling.

Een oud platform van 3.000 ton staal levert bij verkoop aan een recycler €1,5 miljoen op. De sloopkosten liggen rond de €500.000.

Netto winst: €1 miljoen. Dit model is geschikt voor grootschalige projecten, zoals de sloop van een jacket of een semi-submersible. Prijsindicaties per materiaal (2024):

  • Staal (schoon): €550-€650 per ton
  • Staal (verontreinigd): €350-€450 per ton
  • Aluminium: €1.200-€1.500 per ton
  • RVS: €1.500-€2.000 per ton
  • Koper: €6.000-€7.000 per ton

Deze prijzen variëren met de markt. In 2024 zagen we een lichte daling door overcapaciteit.

Voor offshore projecten is het slim om contracten vast te zetten met vaste prijzen.

Praktische tips voor circulair werken in de scheepsbouw

Start vroeg. Plan de circulaire aanpak al bij de ontwerpfase van een nieuw schip.

Kies materialen die makkelijk te demonteren zijn. Gebruik bijvoorbeeld schroefverbindingen in plaats van lassen.

Dat bespaart later sloopkosten. Investeer in 3D-scanning. Een scan van een heavy-lift schip kost €3.000-€5.000. Je krijgt een nauwkeurig beeld van de materiaalstromen.

Dit helpt bij de verkoop van onderdelen en de planning van de sloop. Werk samen met gespecialiseerde recyclers.

Bedrijven zoals European Metal Recycling (EMR) en TSR hebben ervaring met offshore materialen. Zij bieden vaste prijzen en certificering. Vraag ook naar de beste leveranciers van biobrandstoffen voor de scheepvaart en vraag altijd om referenties. Monitor je CO2-besparing.

Naast circulariteit kun je ook kijken naar Carbon Capture and Storage aan boord via tools zoals de Circular Economy Toolkit van de Dutch Marine Engineering Association.

Je kunt eenvoudig berekenen hoeveel CO2 je bespaart met hergebruik. Dit helpt bij ESG-rapportage en klantpresentaties. Zorg voor veiligheid. Offshore sloop is gevaarlijk.

Gebruik gecertificeerde hijsapparatuur en werk volgens de IMO-richtlijnen. Een ongeluk kost meer dan materiaal ooit oplevert.

Denk aan de toekomst. Circulair werken is geen eenmalige actie. Bouw het in als standaard procedure.

Je zult merken dat het niet alleen duurzamer is, maar ook winstgevender. En dat voelt goed.