CASE_STUDY: Het transport van de 'USS Fitzgerald' op de 'Transshelf'

R
Redactie Jumboship
Redactie
Iconische Projecten & Case Studies · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Een schip dat zinkt na een aanvaring, een gigantisch kraanschip dat het wrak oppakt en naar de kant brengt: het klinkt als een film, maar het gebeurde echt. In 2017 werd de USS Fitzgerald, een Amerikaanse destroyer, na een botsing zwaar beschadigd.

Het wrak moest van Japan naar de Verenigde Staten voor reparatie. De oplossing was de Transshelf, een zware liftschuit van 60.000 ton.

Dit project laat perfect zien hoe heavy-lift transport werkt in de offshore.

Wat was het probleem en waarom was dit zo’n uitdaging?

De USS Fitzgerald voer vlak bij de Japanse kust toen het in aanvaring kwam met een vrachtschip.

Het schip liep zware schade op en zonk deels. Het Amerikaanse ministerie van Defensie wilde het schip niet ter plekke repareren. Het moest naar de Verenigde Staten, naar een droogdok in Pascagoula, Mississippi.

De afstand was groot, het wrak was zwaar en de toestand was instabiel. Normaal sleep je een schip, maar de Fitzgerald was te beschadigd voor een lange zeetocht.

Het risico op lekken of verder verval was te groot. Daarom koos men voor een heavy-lift oplossing: het wrak optillen en vervoeren op een speciaal platform.

Dit is duurder dan slepen, maar veiliger en sneller. De uitdaging zat in het gewicht: ongeveer 8.300 ton. En in de kwetsbaarheid: het schip moest stabiel liggen tijdens de reis over de Pacifische Oceaan. Het project duurde maanden en kostte tientallen miljoenen dollars. Het liet zien hoe belangrijk heavy-lift capaciteit is voor maritieme noodsituaties.

De held: de Transshelf en hoe het werkte

De Transshelf is een semi-submersible heavy-lift schip, gebouwd in 1977 door de Nederlandse scheepswerf Van der Giessen-de Noord. Het is eigendom van de Amerikaanse rederij Transocean, maar werd ingehuurd voor deze klus.

Het schip is 210 meter lang en 42 meter breed, met een dekoppervlakte van zo’n 8.800 vierkante meter. Het kan tot 60.000 ton laden, genoeg voor een flink stuk offshore apparatuur of een wrak. Het werkt simpel uitgelegd zo: de Transshelf is een drijvende bak met een open dek.

Je pompt water in de ballasttanks, waardoor het schip zinkt tot het onder water staat.

Dan vaar je het wrak erbovenop, bijvoorbeeld de USS Fitzgerald. Daarna pompt het schip het water eruit, en het tilt het wrak omhoog tot het boven het water uitsteekt. Tijdens de reis blijft het stabiel door de lage zwaartepunt en de brede vorm.

Voor de Fitzgerald werd het wrak eerst gestabiliseerd in Japan. Duikers plaatsten kabels en sjorringen.

Toen de Transshelf arriveerde, zonk het tot 15 meter diep. Het wrak werd er bovenop geplaatst en vastgezet met zware kettingen en pads.

De reis duurde ongeveer 40 dagen over de Pacifische Oceaan, met een gemiddelde snelheid van 8 knopen. De Transshelf voer met een bemanning van ongeveer 40 man, plus experts voor het laden en lossen. Een speciaal detail: de Transshelf heeft een geavanceerd ballastsysteem met pompen die 1.000 kubieke meter per uur kunnen verplaatsen. Dit zorgt voor een precieze stabiliteit.

De kosten voor deze huur? Schattingen liggen tussen €2 en €4 miljoen per week, afhankelijk van de markt. Voor dit project was het totaalbedrag hoger door de voorbereidingen en de reisafstand.

Varianten van heavy-lift transport en prijzen in de markt

Heavy-lift transport kent verschillende aanpakken, afhankelijk van het object en de route. De Transshelf is een voorbeeld van een liftschuit, maar er zijn ook semi-submersibles en heavy-lift schepen met eigen kranen. Bekijk bijvoorbeeld het transport van de Shuttle Enterprise op een barge voor een uniek inzicht in de niche van scheepvaart en offshore.

Een semi-submersible zoals de Transshelf is ideaal voor wrakken of platforms. Andere bekende schepen zijn de Blue Marlin of de Black Marlin, die nog groter zijn (tot 100.000 ton).

Huurprijzen: €1,5 tot €3 miljoen per week, exclusief brandstof en bemanning. Voor de Fitzgerald-klus was de totale huur ongeveer €10-15 miljoen, inclusief voorbereiding.

Een alternatief is een heavy-lift schip met kraan, zoals de Sleipnir van Heerema (een Nederlands bedrijf). Die heeft kranen tot 10.000 ton en kan zelf laden en lossen. Ideaal voor olieplatforms of windturbines.

Huurprijs: €500.000 tot €1 miljoen per dag voor grote klussen. Voor een wrak als de Fitzgerald is dit minder geschikt vanwege de stabiliteit.

Varianten voor offshore: sleepschepen of drijvende kranen. Sleepschepen kosten €50.000 tot €100.000 per dag, maar zijn niet stabiel genoeg voor wrakken. Drijvende kranen, zoals die van Mammoet, kosten €200.000 tot €500.000 per dag, maar beperkt tot korte afstanden. Tip: vraag altijd offertes aan bij rederijen als Dockwise, Boskalis of Allseas.

Prijzen variëren met olieprijzen en vraag – in 2023 was de markt rustig, maar in piekperiodes stijgen ze 20-30%. Elk model heeft voor- en nadelen.

Liftschuiten zijn stabiel maar traag. Kranen zijn flexibel maar duurder.

Kies op basis van gewicht, afstand en risico. Voor de USS Fitzgerald was de Transshelf de beste match: groot genoeg, stabiel en bewezen, vergelijkbaar met de berging van de Kursk onderzeeër.

Praktische tips voor je eigen heavy-lift project

Als je zelf een heavy-lift project plant, begin met een goede inspectie. Huur een surveyor in om het object te meten: lengte, breedte, gewicht en kwetsbaarheid.

Voor de Fitzgerald was dit cruciaal – zonder stabiele sjorringen was het misgegaan. Kosten: €10.000 tot €50.000, afhankelijk van de complexiteit. Kies het juiste schip.

Voor wrakken of offshore objecten tot 10.000 ton: een semi-submersible zoals de Transshelf.

Voor zwaardere ladingen, kijk naar de Blue Marlin. Vraag referenties en check de certificaten (bv. IMO-normen). Plan de route: vermijd stormgebieden, en reken op douane- en veiligheidskosten.

Voor de Pacifische reis waren deze ongeveer €500.000. Budget voor extra kosten: brandstof (€100.000-€200.000 per reis), verzekering (1-2% van de ladingwaarde) en bemanning.

Voor de Fitzgerald was de totale projectkosten ongeveer $50 miljoen (€45 miljoen).

Werk samen met experts: Nederlandse scheepswerven zoals Damen of IHC bieden advies, vanaf €5.000 per dag. Veiligheid eerst: test het ballastsysteem en oefen noodprocedures. Gebruik speciale pads en kettingen om schade te voorkomen. Tot slot: houd rekening met timing – heavy-lift schepen zijn vaak verhuurd, dus boek 3-6 maanden van tevoren. Dit project toont aan: zelfs het transport van complexe ladingen wordt met de juiste voorbereiding een haalbare klus.