Beste schepen voor decommissioning: Allseas vs. Heerema

R
Redactie Jumboship
Redactie
Offshore Olie & Gas Decommissioning · 2026-02-15 · 6 min leestijd
Transparantie: Dit artikel bevat affiliate links. Als je via onze link een product koopt, ontvangen wij een kleine commissie. Dit kost jou niets extra en helpt ons om deze site te onderhouden.

Decommissioning is een klus die je niet zomaar even doet. Je moet platformen van tientallen duizenden tonnen uit de Noordzee of Noorse wateren liften, veilig en efficiënt.

Twee namen domineren dit speelveld: Allseas en Heerema. Hun vlaggenschepen – Pioneering Spirit, Sleipnir en Thialf – zijn de zwaargewichten die deze karwei klaren. Laten we ze eens flink onder de loep nemen en kijken welk schip jouw project het beste aan kan.

1) Pioneering Spirit – Allseas – 382 x 124 meter

Stel je een schip voor zo groot als een klein dorp. De Pioneering Spirit is 382 meter lang en 124 meter breed.

Dat is meer dan vier voetbalvelden naast elkaar. Dit schip is gebouwd voor de grootste klussen in de offshore-industrie.

Het heeft een accommodatie voor 571 personen, wat betekent dat je een heel team aan boord kunt huisvesten voor langere tijd. De capaciteit is werkelijk indrukwekkend. De Pioneering Spirit kan topsides tot 48.000 ton installeren of verwijderen.

Voor jackets ligt de limiet op 20.000 ton. Om dit in perspectief te zetten: de Brent Delta topside van 24.000 ton werd in 2017 in één keer geïnstalleerd. In 2019 volgde de Brent Bravo topside. Ook in de Noorse sector heeft dit schip zijn sporen verdiend met de installatie van de Johan Sverdrup topside (22.000 ton).

Het gewicht van dit schip is verbluffend: een waterverplaatsing van 1 miljoen ton.

Dit zorgt voor extreme stabiliteit tijdens liftoperaties, zelfs in ruwe zee. Het schip werd geïntroduceerd in 2016 en was meteen een gamechanger.

Als je een topside van meer dan 40.000 ton moet verplaatsen, is dit je enige optie. Geen ander schip ter wereld komt in de buurt van deze capaciteit.

2) Sleipnir – Heerema Marine – 220 x 102 meter

Sleipnir is het jongere broertje in de Heerema-vloot, maar zeker niet minder indrukwekkend. Dit halfafzinkbare kraanschip meet 220 meter bij 102 meter en biedt ruimte aan 400 personen.

Wat Sleipnir onderscheidt, zijn de twee Huisman kranen. Elke kraan heeft een hefvermogen van 10.000 ton, wat een tandemcapaciteit geeft van 20.000 ton. De hijshoogte is 135 meter boven de waterlijn, perfect voor hoge constructies.

Geïntroduceerd in 2019, is Sleipnir uitgerust met moderne dual-fuel motoren. Dit maakt het schip zuiniger en milieuvriendelijker dan oudere schepen.

In de praktijk heeft Sleipnir al flink wat werk verzet. Zo installeerde het de Leviathan topside (15.300 ton) en een 9.200 ton topside. Ook verwijderde het de Jotun-B jacket (8.100 ton) in de Noorse sector.

De combinatie van twee kranen maakt Sleipnir flexibel voor projecten waarbij gewicht verdeeld moet worden. Het is een ideale keuze voor projecten tot 20.000 ton, waarbij moderniteit en efficiëntie belangrijk zijn. Het schip is jonger en heeft daardoor minder onderhoud nodig dan oudere eenheden.

3) Thialf – Heerema Marine – 202 x 88 meter

Thialf is de oude rot in het vak. Dit schip werd in 1985 geïntroduceerd als DB-102 en is sindsdien een betrouwbare kracht in de offshore-wereld.

Met een lengte van 202 meter en een breedte van 88 meter is het kleiner dan zijn opvolgers, maar nog steeds indrukwekkend.

Het heeft een accommodatie voor 736 personen – zelfs meer dan de Pioneering Spirit – wat het geschikt maakt voor grotere bemanningen. Thialf heeft een waterverplaatsing van bijna 200.000 ton en een hefvermogen van 14.200 ton. Hoewel dit minder is dan Sleipnir, heeft Thialf een bewezen staat van dienst.

Zo installeerde het in 2000 de Shearwater topside (11.883 ton) en in 2004 een SPAR platform (7.810 ton). Deze projecten tonen aan dat Thialf nog steeds capabel is voor middelgrote klussen. Het nadeel van Thialf is de leeftijd. De motoren zijn ouder en minder efficiënt dan die van Sleipnir.

Toch blijft Thialf een waardevol schip voor projecten waarbij de capaciteit van Sleipnir niet volledig benut hoeft te worden.

Het is een betrouwbare keuze voor wie op zoek is naar een bewezen oplossing zonder de nieuwste snufjes.

4) Saipem 7000 – Saipem – 198 x 87 meter

Hoewel de focus ligt op Allseas en Heerema, mag de Saipem 7000 niet onvermeld blijven. Dit schip van Saipem meet 198 meter bij 87 meter en heeft een hefvermogen van 14.200 ton, vergelijkbaar met Thialf.

Het is een andere oude rot in de industrie, geïntroduceerd in 1987.

Kernreactor plannen Allseas

De Saipem 7000 heeft een indrukwekkende staat van dienst, maar is minder geschikt voor de grootste projecten. Het is een solide optie voor projecten tot 14.000 ton, maar kan niet tippen aan de capaciteit van Pioneering Spirit of de moderniteit van Sleipnir. Voor de grootste decommissioning-projecten is dit schip dus minder relevant.

Allseas investeert 300 miljoen euro in een kernreactor voor zeeschepen, met een doelstelling voor 2032. Dit klinkt futuristisch, maar het is een serieuze stap naar duurzame energie voor zware operaties. De Pioneering Spirit zou met zo’n reactor 6 tot 8 jaar kunnen varen zonder te tanken. Dit zou de operationele kosten drastisch verlagen en de CO2-uitstoot elimineren.

In Nederland is de ANVS (nucleaire toezichthouder) betrokken bij deze plannen, evenals COVRA.

Hermod recycling case study

Ook is de Alexiahaven uitgebaggerd om de Pioneering Spirit beter te kunnen bedienen. Hoewel de reactor nog niet operationeel is in 2024, toont dit aan dat Allseas voorop loopt in innovatie.

Als je duurzaamheid hoog in het vaandel hebt, is dit een interessante toekomstvisie. Heerema heeft een andere aanpak gekozen voor zijn oudere schepen, zeker gezien de enorme markt voor decommissioning in de komende 10 jaar. De Hermod, een voorganger van Sleipnir, werd in China gerecycled.

Dit schip voerde de zwaarste lift uit voor Heerema: de Peregrino topsides van 6.287 ton in 2010.

Na een lange carrière werd het schip duurzaam gesloopt. Deze case study toont aan dat Heerema bewust omgaat met de levenscyclus van zijn vloot. Terwijl Allseas investeert in nieuwe technologie, kiest Heerema voor recycling en vernieuwing. Dit is een praktische benadering voor bedrijven die de HSE-vereisten voor werken op een decommissioning project willen borgen en hun ecologische voetafdruk willen verkleinen.

Vergelijking op concrete criteria

Om een keuze te maken, vergelijken we de schepen op vijf criteria: capaciteit, efficiëntie, kosten op termijn, milieu-impact en flexibiliteit. De Pioneering Spirit wint op capaciteit: 48.000 ton topsides is onverslaanbaar.

Voor projecten boven de 20.000 ton is dit de enige optie. Op efficiëntie wint Sleipnir vanwege de moderne dual-fuel motoren.

Thialf is minder efficiënt, maar nog steeds betrouwbaar. De kosten op termijn hangen af van het project. Pioneering Spirit is duurder in aanschaf, maar kan door de kernreactor op de lange termijn goedkoper worden.

Sleipnir is een middenweg: modern en relatief zuinig. Milieu-impact is een groeiende zorg.

Sleipnir scoort hier goed vanwege de schonere motoren. De toekomstige kernreactor van Allseas zou dit nog verder verbeteren. Flexibiliteit gaat naar Sleipnir, vanwege de twee kranen en het compactere formaat. Thialf is minder flexibel, maar heeft meer accommodatie.

Keuzehulp: welk schip kies jij?

Kies Pioneering Spirit als: je een topside van meer dan 20.000 ton moet verwijderen of installeren. Dit schip is onverslaanbaar voor de grootste projecten. Denk aan de Brent-velden of Johan Sverdrup.
Kies Sleipnir als: je een modern, efficiënt schip nodig hebt voor projecten tot 20.000 ton. De dual-fuel motoren en twee kranen bieden flexibiliteit en een lagere milieu-impact.
Kies Thialf als: je een bewezen, betrouwbare oplossing zoekt voor middelgrote projecten. Het heeft meer accommodatie dan Sleipnir en is geschikt voor projecten tot 14.000 ton.

Een middenweg-alternatief is de Saipem 7000, maar alleen voor projecten onder de 14.000 ton.

Als je twijfelt, overweeg dan de toekomstvisie van Allseas met de kernreactor. Het is nog niet operationeel, maar wel een stap richting duurzame offshore-operaties. Voor complexe projecten biedt onze gids voor offshore decommissioning houvast; voor nu blijft de keuze afhankelijk van je specifieke project en budget.