Beste heavy-lift rederijen voor offshore projecten: Een vergelijking

R
Redactie Jumboship
Redactie
Heavy-Lift Schepen & Giganten van de Zee · 2026-02-15 · 9 min leestijd
Transparantie: Dit artikel bevat affiliate links. Als je via onze link een product koopt, ontvangen wij een kleine commissie. Dit kost jou niets extra en helpt ons om deze site te onderhouden.

Offshore projecten zijn enorme operaties. Je hebt het over platforms die miljoenen tonnen wegen, windturbines die diep in de zeebodem moeten en gigantische constructies die vanaf een schip in één keer in het water worden gelaten.

De keuze voor de juiste heavy-lift rederij is daarom meer dan alleen kijken naar wie het grootste schip heeft. Het gaat om precisie, liftcapaciteit en ervaring met jouw specifieke type project. Nederlandse rederijen zoals Allseas, Heerema, Boskalis en Jan De Nul lopen wereldwijd voorop.

Ze bouwen schepen die technisch gezien de grenzen van het mogelijke opzoeken.

In deze gids duiken we in de giganten van de zee en vergelijken we ze op basis van wat ze echt kunnen.

Waar je op moet letten bij het kiezen van een heavy-lift rederij

Voordat we de schepen induiken, is het handig om te weten wat de belangrijkste criteria zijn.

Een schip van 200 meter lang is niet automatisch de beste keuze voor jouw project. Het gaat om de match tussen schip en klus.

  • Liftcapaciteit: Dit is het meest voor de hand liggende. Hoeveel ton moet er worden getild? De Pioneering Spirit kan een compleet olieplatform van 48.000 ton liften, terwijl een schip als de Bokalift 2 tot 4.000 ton aankan. Dat is voor de meeste windpark-projecten al een enorme klus.
  • Werkdiepte en waterverplaatsing: Dieper water vereist sterkere kranen en een stabieler schip. De waterverplaatsing (hoeveelheid water dat het schip verdringt) zegt veel over de stabiliteit. De Thialf verplaatst 200.000 ton water, wat hem extreem stabiel maakt in ruwe zee.
  • Type operatie: Gaat het om het installeren van windfundaties (monopiles), het plaatsen van complete topsides, of juist het demonteren (decommissioning) van oude platforms? Sommige schepen zijn gespecialiseerd in 'snel wisselen' voor windparken, andere zijn gebouwd voor de zwaarste liftklussen ter wereld.
  • Emmissies en regelgeving: Steeds meer projecten eisen schone schepen. Jan De Nul loopt voorop met hun ULEv-technologie, waarmee ze voldoen aan de strengste EU-normen. Dit kan doorslaggevend zijn voor projecten in Europa.

1) Pioneering Spirit – Allseas – 382 x 124 meter

Als je denkt aan 'groot', dan is de Pioneering Spirit het antwoord. Dit schip van Allseas is een vliegdekschip voor olie- en gasplatforms.

Met een lengte van 382 meter en een breedte van 124 meter is het het grootste schip ter wereld in zijn klasse. Het is ontworpen voor één specifieke, maar cruciale taak: het in één stuk installeren of verwijderen van topsides (het bovenste deel van een platform) en jackets (de ondersteuningsstructuur). De capaciteiten zijn duizelingwekkend.

De Pioneering Spirit kan tot 48.000 ton tillen voor een topside en 20.000 ton voor een jacket.

Het schip heeft een waterverplaatsing van 1 miljoen ton, wat zorgt voor ongeëvenaarde stabiliteit tijdens deze complexe operaties. Aan boord is ruimte voor 571 personen, wat neerkomt op een klein dorp op zee. Allseas, een Zwitserse rederij met Nederlandse wortels, heeft hiermee een standaard gezet voor decommissioning en installatieprojecten.

2) Sleipnir – Heerema Marine – 220 x 102 meter

Heerema Marine Contractors, eveneens een Nederlandse gigant, bouwde de Sleipnir als 's werelds grootste semi-submersible kraanschip.

Het is een echte allrounder, maar dan in het extreem grote formaat. Met twee kranen van elk 10.000 ton kan het schip zware lasten aan of werken met een tandem-lift van 20.000 ton. De maximale hijshoogte is 135 meter, wat essentieel is voor hoge constructies.

Wat de Sleipnir uniek maakt, is het feit dat het is uitgerust met dual-fuel motoren (LNG en marine gasolie). Dit maakt het schip schoner dan veel traditionele equivalenten.

Met een bemanning van 400 personen en een totale capaciteit van 20.000 ton is het een krachtpatser die wereldwijd wordt ingezet voor het installeren van zware platforms en fundaties.

Het is het vlaggenschip van Heerema's moderne vloot.

3) Thialf – Heerema Marine – 202 x 88 meter

Voordat de Sleipnir werd gebouwd, was de Thialf de koning van de zee. En nog steeds is het een enorm capabel schip. De Thialf heeft een hefcapaciteit van 14.200 ton en een waterverplaatsing van 200.000 ton.

Het is kleiner dan de Sleipnir, maar met 736 bemanningsleden (meer dan de Sleipnir) is het een schip met veel mankracht aan boord.

Hoewel de Thialf de nieuwste technologie mist van de Sleipnir, is het nog steeds een wereldspeler. Het wordt vaak ingezet voor projecten waar de grootte van de Sleipnir niet per se nodig is, maar waar wel zware liften nodig zijn. Het is een bewezen krachtpatser die al decennia meegaat en nog steeds concurrerend is voor veel offshore projecten, zeker als je kijkt naar de complexe engineering achter de Sleipnir.

4) Saipem 7000 – Saipem – 198 x 87 meter

De Saipem 7000 is een semi-submersible kraanschip van het Italiaanse Saipem, een van de grootste aannemers in de olie- en gasindustrie.

Met een lengte van 198 meter en een breedte van 87 meter is het vergelijkbaar in formaat met de Thialf, maar met een eigen karakter. Het schip is specifiek ontworpen voor de installatie van onderwaterconstructies en het leggen van pijpleidingen, naast zijn zware liftcapaciteiten. Het schip heeft een indrukwekkende geschiedenis van betrokkenheid bij enkele van de grootste offshore projecten ter wereld.

Hoewel de exacte hefcapaciteit in de gegevens niet wordt genoemd, is het duidelijk dat dit een topklasse schip is dat wordt gebruikt voor complexe, diepwaterprojecten. Saipem positioneert dit schip als een veelzijdige oplossing voor projecten die zowel lift- als pijpleidingscapaciteiten vereisen.

Offshore wind foundation installation

Voor de installatie van windfundaties (zoals monopiles en jackets) zijn vaak andere schepen nodig dan de enorme platformschepen van Allseas en Heerema.

Hier komen Nederlandse specialisten als Boskalis en Jan De Nul sterk naar voren. Boskalis heeft met de Bokalift 1 en Bokalift 2 schepen die specifiek zijn gebouwd voor deze markt. De Bokalift 2 heeft een kraancapaciteit van 4.000 ton, ideaal voor de steeds groter wordende monopiles voor windturbines. Daarnaast heeft Boskalis 'sheerleg' kranen aan boord, met capaciteiten variërend van 600 tot 5.000 ton.

Deze kranen zijn perfect voor het installeren van jackets en andere offshore constructies. Boskalis claimt meer dan 600 geïnstalleerde offshore wind foundations, wat hun expertise in deze specifieke markt benadrukt.

Ze zijn minder gericht op de extreem zware olie- en gasplatforms, maar des te meer op de snelle, efficiënte installatie van windparken. Decommissioning, oftewel het verwijderen van oude olie- en gasplatforms, is een groeiende markt. Dit is waar schepen als de Pioneering Spirit en de Sleipnir excelleren.

Decommissioning of offshore structures

Ze kunnen complete topsides in één keer van hun fundering liften en naar de kant brengen voor recycling.

Dit is veel efficiënter en veiliger dan het in stukken zagen op zee. Maar het gaat niet alleen om het schip. De regelgeving rondom emissies wordt steeds strenger.

Jan De Nul onderscheidt zich hier met hun ULEv-technologie. Deze technologie filtert 99% van de nanodeeltjes uit de uitlaatgassen.

Voor projecten in Europa, waar de EU-regelgeving steeds strenger wordt, is dit een enorm voordeel. Het betekent dat ze kunnen werken in gebieden waar andere schepen misschien geweigerd worden of extra maatregelen moeten treffen.

Vergelijking: Welk schip kies je voor welk project?

De keuze hangt volledig af van je projecttype. Laten we de schepen naast elkaar leggen op basis van hun specialisatie.

Project: Groot olie- of gasplatform installatie of decommissioning.
Hier is de Pioneering Spirit de onbetwiste keuze.

Geen ander schip kan een topside van 48.000 ton in één keer liften. Als je een compleet platform moet verwijderen, is dit de snelste en veiligste optie. De Sleipnir is een goede tweede en kan ook zware liften doen, maar is meer een allrounder.

De Thialf is geschikt voor de iets lichtere klussen in deze categorie. Project: Windparken (fundaties installeren).
Kijk dan naar Boskalis en hun schepen zoals de Bokalift 1 en 2.

Ze zijn specifiek ingericht voor het monteren van monopiles en jackets. De capaciteit van 4.000 ton op de Bokalift 2 is perfect voor de huidige generatie windturbines. Jan De Nul is ook een sterke speler hier, met de nadruk op duurzaamheid en lage emissies. Project: Complex diepwater constructies met hoge eisen aan emissies.
Dan is de Sleipnir met zijn LNG-motoren een goede optie. Als duurzaamheid een harde eis is, dan is Jan De Nul met hun ULEv-technologie de beste partner. Ze filteren fijnstof en stikstof, wat essentieel is voor projecten in de Noordzee.

Aanbevelingen per budget en gebruik

Een exacte prijskaartje voor het huren van deze schepen is moeilijk te geven; dat hangt af van de duur van het project, de locatie en de specifieke eisen.

Een dagtarief voor een kraanschip als de Sleipnir loopt in de tonnen tot miljoenen euros. Maar we kunnen wel inschatten welk schip het meest efficiënt is voor je budget.

Voor de grootste budgetten en zwaarste klussen:
Kies Allseas (Pioneering Spirit) of Heerema (Sleipnir). Je betaalt voor de ultieme capaciteit en ervaring. Dit is voor projecten waarbij een fout miljarden kost en de grootte van de lift extreem is. Twijfel je over de inzet? Vergelijk dan multi-purpose vessels vs dedicated heavy lifters. Voor middelgrote budgetten en windparkprojecten:
Boskalis (Bokalift 2) is je beste vriend.

De efficiëntie van het schip en de focus op windenergie maakt het een cost-effectieve keuze voor fundaties.

Ook de Thialf kan hier een rol spelen, vooral als de liftcapaciteit rond de 14.000 ton nodig is. Voor projecten met strengste duurzaamheidseisen:
Jan De Nul is de specialist. Hun focus op lage emissies en speciale technologie zoals ULEv zorgt dat je voldoet aan de strengste regels. Voorkom veelvoorkomende valkuilen bij het charteren van een heavy-lift vaartuig; dit voorkomt vertragingen en boetes, wat op lange termijn je budget bespaart.

Waar boek je deze giganten?

Je huurt deze schepen niet via een standaard website. Dit gaat direct via de rederijen zelf of via gespecialiseerde offshore brokers.

  • Allseas: Contact opnemen via hun hoofdkantoor in Zwitserland of via hun website. Ze werken wereldwijd.
  • Heerema Marine Contractors: Gevestigd in Leiden, Nederland. Ze zijn zeer actief in de offshore markt en hebben een duidelijke projectaanpak.
  • Boskalis: Met hun hoofdkantoor in Papendrecht zijn ze een logische partner voor Europese windprojecten. Ze hebben een uitgebreide vloot.
  • Jan De Nul: Gevestigd in Aalst (België), maar met een sterke aanwezigheid in Nederland. Ze zijn specialisten in dredging en offshore.

De grote Nederlandse spelers hebben allemaal eigen 'contracting' afdelingen. Neem contact op met hun afdelingen 'Heavy Lift' of 'Offshore Energy'. Zij kunnen een offerte maken op basis van je project specificaties. Vergeet niet om je projectduur, locatie en het gewicht van de lasten exact door te geven.